26 mei 2012

Begrafenis bij de buren


Het is nog vroeg, zes uur, vanmorgen. Ik word wakker met koormuziek. Droom ik nog? Bij het aankleden hoor ik het nog steeds, prachtig accapella. Als we het hek uit rijden om de kids naar school te brengen zien we boomtakken op straat liggen. We weten genoeg. Er is iemand gestorven bij onze linker buren. Uren lang word er gezongen, mensen komen af en aan. Cees en ik gaan ook, niet voor ik een waardige chitenge (wikkelrok) om heb gedaan. Dat is essentieel, een teken van respect. We gaan ook maar ergens op de grond zitten. De 84 jarige vader van de buurvrouw is gestorven. Zij, als oudste is verantwoordelijk voor de begrafenis. Al wonen deze malawianen al lang niet meer in een hut, ineens gelden de oude regels weer. Alle meubels zijn uit het huis gehaald en overall liggen nu traditionele matten op de grond. De vrouwen zitten daarop, met hun benen recht vooruit. Zo’n houding houdt ik maar even vol. 

Het zingen duurt voort, prachtig vier stemming. Wij kennen de liederen ook. Alle christenen, van welke denominatie ook, zingen hier uit de zelfde liedbundel. Chichewa hymns, daar zongen we in Zambia ook altijd uit. Onze buren zijn catholiek, de vader was 7de dag Adventist, wij gereformeerd. Kun je nagaan hoe we in kerkelijk Nederland met zangbundels omgaan. Een luxe problem, net zoals welke bijbel vertaling je gebruikt. Hier is maar 1 vertaling, de oude Chichewa vertaling in gebruik, of je nu in een charismatische, evangelische, gereformeerde of andersins achtige kerk thuis hoort.

Terwijl wij op een gegeven moment weer naar huis gaan houdt het zingen nog altijd aan. Niet door dezelfde mensen, het is een komen en gaan. Je gezicht laten zien en een poos meezingen is vergelijkbaar met onze condoleance gewoonte.  Onze slaapkamer ligt 3 meter van hun woonkamer vandaan dus val ik s avonds weer inslaap met koormuziek op de ‘achtergrond’. Om 1 uur houdt het op. Velen die van ver zijn gekomen blijven slapen, niet binnen maar buiten, gewoon precies zoals het in de traditionele dorpjes ook gebeurd. Veel mensen krijgen na een begrafenis malaria.

De volgende morgen begint het zingen weer, heel stichtelijk. Dan opens is het tijd voor het klagen, dat is de rol voor de vrouwen. Het ‘huilen’ is op grote afstand nog te horen. De mannen roepen zo nu en dan een phrase over de gestorvene. ‘oh, vader, hoe kunnen we nu toch verder zonder u?’ Ondertussen moet er ook voor eten worden gezorgd. Ieder lid van de gemeenschap is geacht iets bij te dragen, brandhout, maismeel, groente, doeken of geld. Achter alle oprechte symphatie schuilt toch ook nog het oude idee van je eigen onschuld aan het sterfgeval bewijzen. Gemengde gevoelens voor familie en buren; liefde en vrees. Je respect en liefde laten zien door geestelijke liederen te zingen en iets te schenken. Dan  ook mee naar het graf om de geest van de overledene ‘uit te zenden’ zodat het je nooit op een negatieve manier zal achtervolgen. 

Waarom gaan wij dan ook op bezoek en brengen we een zak maismeel? We willen onze vriendschap tonen en niet onverschillig overkomen, hoe anders we het zelf dan ook gewend zijn. Twee dagen lang van 6 uur smorgens tot 1 uur snachts zingen vind ik wel wat lang. Toch kan ik me voorstellen dat als je in een niet-pricacy maar een gemeenschaps cultuur thuis hoort, steun ervaart van zingende buren en kerk leden.