30 november 2020

Een beetje LICHTER ...

 Ze zitten al dagen lang bij elkaar. Familieleden, buren, dorpsgenoten, verre bekenden. Getrouwde vrouwen gesluierd. Schaduw is schaars. Er wordt koffie geroosterd, gemalen en getrokken. Sterke geuren mengen zich. Wierook, koffie, heilig hout. Er wordt gedronken, gelachen, gehuild, gepraat, geslapen, gekookt…Al met al een heel event. De begrafenis zelf heeft al plaats gevonden. Twee weken lang wordt er gerouwd. Verdrietigheid, saamhorigheid, gezelligheid. Ophalen van goede herinneringen…

Zij ziet het helemaal voor zich, maar is er geen onderdeel van. En het gaat wel liefst om haar bloedeigen moeder! Die was al begraven in haar thuisland, een land in Oost Afrika, grenzend aan de Rode Zee, toen het bericht haar bereikte. Ze kan het nog steeds niet geloven!! Haar moeder, de sterkte, gezonde vrouw die haar samen met 7 andere broers en zussen onder de Afrikaanse zon, grootbracht.

Ze had haar moeder al zes jaar niet meer gezien, sinds ze was gevlucht met nog 3 van haar broers, nu verspreid over 3 continenten. Na een verschrikkelijke reis en talloze ontberingen in oa de azc’s woont ze eindelijk veilig in haar eigen flatje, bij ons om de hoek.

Ik bel aan en loop naar binnen. Ze zit gesluierd op de bank en begint hard te huilen. Ik vraag of ze het fijn vind als ik naast haar kom zitten. Ze trekt me dicht tegen zich aan. Ik laat haar huilen en houd haar vast. “Ik kan het niet geloven. Ik kan niet meer lopen van verdriet.” Ik laat haar rouwen. Na een poosje vraag ik: “Wat zou je nu aan het doen zijn, als je thuis was geweest?”

Dan begint ze te vertellen…..schetst me het bovenstaande beeld, waarna ze resoluut opstaat en naar de kast loopt. Ze lacht en zegt “Dit is mijn koffie-kast”…een voor een haalt ze handgemaakte keramische potten en schalen tevoorschijn, duidelijk op houtvuur gebruikt. Dan komen de rouwe koffiebonen, een gasbrander, een steelpannetje, een koffiemolen, kleine kopjes, houtskool, rieten manden en schalen tevoorschijn. Op een schattig klein keramisch brandertje worden stukjes houtskool met daartussen wierrook, blaadjes, stukjes heilig hout aangestoken. Het begint lekker te ruiken. Voor we het weten zijn we een klein beetje beland in het dorpje van de overleden moeder en zitten we tussen de kakelende buurvrouwen… Ze lacht af en toe uitbundig bij het ophalen van goede herinneringen.

Dan zegt ze, wijzend naar de opstijgende rook van het brandertje, hoe het helpt om de boze geesten te verjagen. Ik vraag haar ‘Denk je echt dat een boze geest onder de indruk is van dit rookpluimpje? Denk je dat die zich zo makkelijk laat wegjagen?” We krijgen een mooi gesprek over de kracht van het Evangelie, de kracht van het gebed, het werk van de Goede (Heilige) Geest. Over de echte, diepe vrede die je als christen mag hebben door het geloof in Jezus. Ik zie een diep verlangen in haar ogen, die zich opnieuw met tranen vullen.

Ik lees uit mijn Bijbel ‘….uit de diepte roep ik tot U….mijn ziel verlangt naar de HEER, meer dan wachters op de morgen…’ We praten na over hoe je soms, als je niet kunt slapen, zo kunt verlangen naar de opkomende zon, de nieuwe dag, een warme troost, een nieuw begin.

“Wat betekent jouw naam eigenlijk”, vraag ik bij het weggaan. “Opkomende zon” laat ze me weten.  En dan verwonderen we ons samen… ”Het was nacht geworden toen ik de boodschap kreeg dat mama niet meer leefde, maar nu is het weer een beetje licht geworden”.

Rouwen op afstand is extra zwaar. Maar als we als Lichtdrager op bezoek gaan kunnen we het een beetje LICHTER voor hen maken.






Geen opmerkingen: