11 januari 2013

Aanmodderen


Mijn blik gaat omhoog, naar de wolken. Het is geen vraag of het vandaag gaat regenen! Toch laad ik al mijn kinderclub materialen weer in. Cees zet de wielen van onze 14 jarige Toyota Landcruiser in de 4x4 stand. Dat moet gewoon handmatig. Zodra ik de verharde weg afga schakel ik binnen ook over op 4x4 en rijd in lage versnelling de glibberige weg af naar de rivier. De zware en aanhoudende regen van de afgelopen dagen hebben het rustige stroompje in een kolkende massa veranderd. Nu komt het spannendste stukje van de reis, de brug! Die is maar een klein stukje breder dan onze auto en elke week een paar planken armer. Ik voel de auto glijden over de planken, maar blijf vooral gas geven om goed door de grote gaten heen te komen. Nu klimt de weg omhoog, de banden ploegen zich door dikke lagen modder heen. k Was even vergeten dat mijn raampje open stond, een dikke klodder  komt op mijn mooie blouse terrecht. Als ik het weggetje naar Grace opdraai hoor ik de kinderen al juichen.



Ook al is het overal modderig, het miezert nu alleen maar. De kids willen allemaal iets dragen; de gitaar, de bijbel, de platen, de doos krijtjes, de paraplu...We kruipen allemaal onder het afdak, de ‘Konijtjes’ voorin, daar achter de ‘Leeuwen’, links de ‘Olifanten’ en rechts de ‘Giraffen’. We hebben leeftijds groepen gemaakt om een begin te maken met orde. Deze kinderen worden vrijwel niet opgevoed (velen hebben geen ouders, of maar 1 ouder die veel te druk is met overleven) met alle gevolgen van dien! Na een kwartier zingen is het aantal kinderen met 100 aangegroeid...het wordt wat propperig! We besluiten maar onder de boom verder te gaan, meer ruimte! Elke groep neemt zijn eigen grote rieten mat mee en zo strijken we met 200 kids neer onder de grote ‘Bwalo’ boom. 

Het verhaal van Johannes de Doper die Jezus doopt is aan de beurt. Daarin komen natuurlijk een aantal moeilijke ‘dogma’s in voor. Bekering. Drie-Eenheid. Daarvoor heb ik wat platen gemaakt. Ik begin met Bekering. Het is zowaar muisstil, zelfs de moeders aan de rand, de rondhangende mannen op de achtergrond worden stil. Op de plaat is een weg te zien, met links de bestemming ‘Yesu’, rechts ‘Gahenna moto’. Een poppetje loopt richting ‘Gahenne moto’. Er staat een bord met een grote rode pijl de andere kant op. Zonder Jezus gaan we de verkeerde kant op. Draai je om, bekeer je, ga naar Jezus. En zo preekte Johannes over de noodzaak van bekering, en zie, daar stond het Lam van God aan de oever.  

Het begint te plenzen, binnen een paar tellen zijn al mijn platen doorweekt, ondanks het bladeren dak boven me...we rennen weer terug naar de hut. Wat een consternatie, vooral de ‘Konijntjes’ kunnen alle verwarring niet aan. Het is nog veel voller dan net, de hut puilt uit en de regen klettert neer. Ik laat de Drie-Eenheid liggen voor een andere keer en pak mijn natte gitaar. Uit volle borst zingen we weer “Laat de kinderen komen tot Mij!”. Het lijkt wel of er aan een ‘Aan en Uit knop’ word gedraaid, het is weer droog. Voor het kleuren zetten we twee groepen buiten de hut, op een mat. Het ziet er wat chaotisch uit maar na het uitdelen van 242 kleurplaten en 242 halve krijtjes zitten ze heerlijk zoet te kleuren.

Als we hebben gedankt begint het weer te regenen en we zwaaien de kids snel uit. In stroompjes rennen ze op hun blote voeten door de modder weg, naar hun eigen hutten. Een paar moeders blijven hangen om hun noden met ons te bespreken. Daarvoor proberen we creative oplossingen te bedenken. Een alleenstaande moeder (Crissy) vertelt dat ze deze week haar vier kinderen al drie keer zonder eten naar bed heeft moeten sturen omdat er gewoon niks was! “Ik zeg dan God zal op Zijn tijd voorzien”. Crissy is een van onze literacy studenten. Ze is ontzettend hongerig naar Gods Woord! Het 14-jarige gehandicapte meisje met haar baby (is uit een verkrachtig geboren) zien er al iets beter uit nadat we ze nu 4 weken helpen met melk, pap, suiker en zeep.

Bij Grace binnen krijg ik een glas Fanta, inmiddels stort het. Het erf om haar huis lijkt een modderrivier. Zou ik nog wel naar huis terug kunnen rijden zo? Na 30 minuten besluit ik het te gaan proberen, het zal er immers echt niet droger op worden. Ik neem afscheid van Grace. Ik waad door de modder naar de auto, jammer van mijn Birkenstocks. Als ik de brug maar over kom...Cees heeft me thuis nog even verteld hoe ik de lier kan gebruiken om mezelf uit de modder te trekken mocht ik echt vast komen te zitten. Ik heb echter niks aan zo’n stoere lier als ik van de brug afglijd...

Het loopt goed af. Als ik thuis kom ben ik aan een grote wasbeurt toe, de auto ook. Onder de warme douche (wat een luxe) denk ik aan de kinderen en moeders. Mijn hart gaat uit naar Crissy en haar mooie kinderen, die zo vaak geen eten hebben. Straks sta ik weer een heerlijke maaltijd te koken en hebben we zelfs weer over! Voor het koken check ik even mijn emails...een kennis die ik alleen maar digitaal ken en nooit in werkelijkheid heb ontmoet schrijft me dat ze graag financieel wil helpen! En zo heeft Crissy sinds vandaag een baan!!! En kan ze haar kinderen weer voeden en naar school sturen. Crissy gaat voor Grace werken (kleren wassen enzo) en mijn kennis financieert het salaris (25$/maand) , zo kan Grace meer tijd besteden aan het vrouwen werk.

Ik had halfomhalf besloten toch maar te stoppen met het werk tijdens de natste weken van het regen seizoen, al dat aangemodder!! Maar, ik denk dat we gewoon maar moeten door blijven modderen, anders lopen we wellicht kansen om anderen te helpen mis. Misschien iets hoger kijken dan de wolken...

Mirjam

25 oktober 2012

Mooi maar moeilijk


Haar naam is Grace, genade. Een Tanzaniaanse vrouw, getrouwd met een Malawiaan. Ze hebben één eigen kind en vier geadopteerde weeskinderen.
Vorig jaar zijn ze in Lilongwe komen wonen, net als wij. Ze hebben land gekocht, een huis gebouwd en gingen op zoek naar een kerk. Helaas, de dichtsbijzijnde kerk verkondigde leugens. God bracht hen en ons in de Internationale gemeente samen. Elke week bestellen ze een paar fietstaxies en komen trouw naar de dienst waar de Waarheid wordt verkondigd.
Grace spreekt Swahili, ik Nedelands, samen praten we engels en leren we Chichewa. Ik zit misschien op 30%, zij zit zeker op 90% Chichewa. We houden allebei van Jezus en willen Hem graag dienen.
Dinsdag zijn we samen naar de hoofdman van haar dorp Chinsapo gegaan om te vragen of we de vrouwen en kinderen mogen onderwijzen in Gods Woord. (Chinsapo is eigenljik wijk 46 van Lilongwe, wij wonen in wijk 47.) Hoofdman Chimbwi heeft twee vrouwen. Vroeger wilde hij wel meer weten van het Christendom maar sinds hij hoofdman is moet hij het traditionele geloof voor 100% aanhangen, anders kan hij ook geen traditionele oplossingen bedenken voor de traditionele problemen (zoals de invloed van geesten en heksen in het dorp). Maar hij vind het geen enkel probleem als wij de vrouwen en kinderen willen bezig houden. Op een voorwaarde, een mooie foto van hem en zijn eerste vrouw. Ik haal mijn camera tevoorschijn, maar, ho even. Er moet eerst en pak aan getrokken worden. Wij lopen ondertussen even een rondje om alvast wat kinderen uit te nodigen en als we terug komen zitten ze klaar, hij in keurig grijs pak, zij met een bosje plastik bloemetjes in haar hand. Ik probeer ze ‘los’ te krijgen met wat vragen maar de plechtigheid op de gezichten blijf.

Twee dagen later rijd ik met gitaar, flanelbord, kleurplaatjes, krijtjes, Bijbel en Mozes het dorp weer in. We mogen onder de boom ons programma doen. Het is DE publieke plaats van de gemeenschap. Hier worden allerhande gedeeld gedeeld en besloten.
Mozes klingelt de bel en uit alle richtingen komen ze aanlopen. De eersten zijn drie stok oude mannen met rood doorlopen ogen en gebreide mutsen op. Binnen 5 minuten zitten er 40 kinderen op de mat en de moeders die eerst blijven staat, nemen ook plaats. Dit zijn Grace d’r buurtjes. Ze vertelde me dat het zo moelijk is om in de eigen omgeving te evangeliseren. Men heeft al snel zoiets van, ‘Wie denk jij wel niet dat je bent?!” Ze vind het fijn dat ik het initiatief heb genomen om echt een programma te draaien.

Ik begin met het zingen van mijn zelf gemaakte Scheppings lied, Grace valt in en hier en daar mompelen er moeders en kinderen mee. Grace bidt. Ik vertel wie we zijn en wat we gaan doen. Ik leg uit wat de Bijbel is en begin met Genisis 1; De Schepping. Het flanel bord is een schitterend hulpmiddel. Fijn dat ik dat van de Internationale gemeente mag gebruiken, wat we eerder hadden hebben in Zambia achter gelaten. Ik laat de kinderen de dierengeluiden maken, de vrouwen lachen zich krom. Als de kinderen toe zijn aan het kleuren van de kleurplaat richt ik me op de vrouwen waarvan er inmiddels wel 50 zitten te luisteren. Van Grace weet ik dat ze verschrikkelijk worstelen met drank en angst. Wat zou hun leven anders zijn als ze ook de Enige Ware God zouden leren kennen! Grace is daar een voorbeeld van, een vrouw waar wat van uit gaat, die bewogen is met deze ongelukkige buurvrouwen.
Na het programma lopen we naar Grace huis en evalueren alles. Grace schenkt verse mango sap  voor me in, heerlijk!!! We bidden samen voor dit geestelijk donkere gebied. Ik bid voor mijn lieve, nieuwe vriendin. Ik weet zeker dat God haar getuigenis en ons programma zal zegenen. Omdat hij het belooft! God is genadig. Grace, een mooie vrouw in een moeilijk gebied. Je zou een dagje in Chinsapo op visite moeten komen, dan weet je wat ik bedoel. Maar voor God is niets onmogelijk!
                          ASANTE SANA=Dank U wel (Swahili)





8 oktober 2012

tropenjaren...


Wikipedia zegt het volgende over een tropen jaar:
Een tropenjaar is een jaar dat voor de berekening van pensioenopbouw voor twee telt. De uitdrukking komt uit de koloniale tijd. Uitgezondenen naar bijvoorbeeld Nederlands-Indië mochten ieder jaar dat zij daar werkten dubbel tellen voor hun pensioen. De uitdrukking wordt nog wel gebruikt om aan te geven dat iemand een jaar achter de rug heeft dat wel erg zwaar was. Tot zover wikipedia...
In het engels vertaalt men het begrip ‘Tropenjaren’ simpelweg met ‘hard days’. Ik heb er over na zitten denken, tussen de vermoeiende kleinigheden door.
Je wilt op een dag eerst brood en cake bakken voor het weekend, een witte en een bonte was draaien en ophangen, vervolgens zondagschool materiaal op internet zoeken en versturen naar de verschillende medewerkers, met de auto de wekelijkse boodschappen gaan doen op de markt in de stad, een warme maaltijd koken, een vergadering houden met vrijwilligers voor het vrouwen project, de kinderen helpen met hun schoolwerk en iedereen (laten) douchen voor de bijeenkomst vanavond.
Op het moment dat ik het brood heb staan rijzen boven op de koelkast en het beslag voor de cake in de vorm giet gaat het bekende piepje...de stroom valt uit. Zucht! Dat betekent dat alle kostbare ingredienten verloren gaan of....ik mijn houtskool ‘ovenpan’ tevoorschijn moet halen. Dat laatste dan maar. Handen zwart, houtskool in het vuurkorfje, vuur maken (dat kost me een half pakje lucifers), gietijzeren pan erop heet laten worden, cake beslag overgieten in een ronde vorm die in de gietijzeren pan past, bakken en steeds maar kijken of het niet aanbrandt (temperatuur valt niet te reguleren). O, ja, de was die ik aan had gezet zit dus vast in de machine en zolang er geen stroom is zit dat ding op slot. De bonte was moet maar op de hand want al die stoffige en zweterige kinder kleren kun je niet lang in de mand laten liggen.
Zondagschol materiaal moet ik van mijn agenda schrappen, doorschuiven naar...de dag dat de stroom terug komt. Boodschappen doen dan maar, op het heetst van de dag heeft niet mijn voorkeur maar het kan vandaag niet anders. Vermoeiend altijd de markt...al die opdringerige koopmannen die soms de komkommers gewoon in je mand proppen en de prijs erbij roepen. Sorry, ik hoef geen komkommers vandaag en ik wil graag zelf mijn producten uitkiezen! Hetzelfde herhaalt zich nog zes keer.
Heerlijk, er is broccolie!!! Dat is mijn ‘even makkelijk doen’ groente. Cees zegt soms, kun je niet even wat makkelijks doen? Ja dat kan, als ik tenmiste zelf van te voren kant en klare maaltijden maak en invries, dan kan ik die op zo’n ‘doe es makkelijk dag’ uit de vriezer halen. Bezweet en met verschrikkelijk vieze handen en voeten kom ik, na een paar politie stops (men controleert hier veelvuldig op waar je naar opweg bent...) terug van de markt.
Thuisgekomen is niet alleen de stroom uit maar komt er ook geen water uit de kraan. Gelukkig had ik een emmer gevuld. Daar zullen we het de rest van de dag mee moeten doen. Groenten wassen en datzelfde water ook maar om de handen mee te wassen en vervolgens de wc mee door te spoelen. Er blijft nog een halve emmer water over om 6 mensen mee te wassen, ieder een schaaltje water en een washandje. Het zou niet zo erg zijn geweest als we gister en eergister wel water hadden gehad...3 dagen niet douchen is voor mij wel een kleine beproeving.
Er wordt geklopt. Het kindje van de tuinman is plotseling ziek. Zo te zien heeft ze een fikse malaria aanval. Precies zoals Mozes een jaar geleden. Stuiptrekkend ligt ze in zijn armen. Vliegensvlug geef ik de grote kids instructies voor hun schoolwerk, prop de kleine jongens in hun auto stoeltjes en rij met vliegende vaart de tuinman met zijn kindje naar de kliniek. Ze heeft zo snel mogelijk medicijnen nodig. Ik bel mijn collega, sorry, ik kom te laat op de vergadering. Gelukkig zal Cees spoedig thuis komen, dan kan ik alle kids bij hem achter laten...nee dus.
Als ik thuis kom belt hij me. “Heb je mijn berichtjes niet gekregen?” “Nee, het netwerk was blijkbaar niet goed. Wat is er?”  Van zijn dagplanning is ook al niet veel gekomen. Dagelijks wordt er een beroep op onze flexibilitijd en inprovisatie gedaan. Boeiend, maar ook vermoeiend.
Aan het eind van de dag, als alle kids op bed liggen evalueren we bij kaarslicht de dag en bespreken we de dag. Geen van beiden hebben we ons lijstje afgewerkt, en toch zijn we moe.
Weet je, eigenlijk kun je niet in woorden uitdrukken wat een tropenjaar echt inhoudt, dat moet je ervaren! Woon en werk voor minstens een jaar dicht bij de evenaar. Het liefs met een gezin en kinderen in verschillende leeftijden! Als ik bedenk dat we in realiteit nog niet eens zeven jaar in Africa wonen en werken klinkt het nog maar zo kort. Het voelt soms alsof het er wel 14 jaar zijn.
Tropenjaren tellen dubbel. Hoe oud ben ik dan eigenlijk? 2x10 plus 2x6,5 is 33 plus 18 gewone is 51! Als tropenjaren dubbel tellen, geld dat niet alleen de ‘negatieve’ kant op, ook de positieve. De ervaringen die je tijdens tropenjaren opdoet zijn een verrijking aan je leven. Volgende keer daar wat meer over.
Terwijl mijn familie en vrienden inmiddels met maillots, laarzen en dikke herfstjassen rondlopen, ga ik zo met mijn dochter, zo luchtig mogelijk gekleed een rondje lopen en kunnen mijn kleine jongens nog lekker even in het badje rondplonsen. In oktober...





16 juli 2012

Rondje wereld

Het kostte de immigratie ambtenaren zo’n 80 minuten om uit te vogelen dat we geen ongewenste bezoekers waren. We mopperen altijd zo op de zgn ‘Afrikaanse’ werkwijze van ambtenaren maar bij de grensovergang Amerika-Canada relativeerden we dat flink. Ze kunnen er hier ook wat van! Ons verhaal week in alle opzichten af van een doorsnee reiziger bij de grenshokjes. Ten eerste gaven we Europese Paspoorten af, reden we in een Canadese auto (die ‘s ochtens door een Canadees was afgeleverd aan ons in Grand Rapids). Op de vraag ‘waar wonen jullie’ antwoordden we uiteraard ‘Afrika’, de wenkbrauwen gingen nog een stukje omhoog. ‘Wat doen jullie hier?’  ‘We bezoeken onze zendende kerk’… de ambtenaar bladerde nog eens door alle zes de paspoorten en pakte de telefoon. We werden naar het immigratie kantoor gestuurd waar meer mensen stonden toe te kijken hoe al hun bagage werd afgesnuffeld door honden en doorgespit door agenten. We werden bestookt met vragen zoals ‘met welke maatschappij vliegen jullie?’ Deze keer waren de tickets van een Indiaase maatschappij het goedkoopst dus de onbekende naam voegde niet veel meer geruststelling toe aan ons verhaal. ‘Je bent in New York aangekomen en je vertrekt uit Toronto?’. ‘That’s right, sir!’…en toen begonnen onze kinderen vervelend te worden, brulden het hele kantoor bij elkaar van oververmoeidheid…toen stonden we binnen 5 minuten buiten en mochten we gaan.

Tot nu toe verloopt onze reis goed! We zijn over het algemeen gezond (genoeg om te reizen) en onze kinderen zijn gelukkig heel flexibel en ‘outgoing’. Op 19 juni vertrokken we uit Malawi (Joas al overgevend), verbleven 2 dagen bij Cees’ ouders, reisden verder van Brussel naar New York, logeerden een weekend bij HRC kerk leden, kampeerden een week met gezinnen van onze zendende kerk (zacht gezegd een ‘challange’ als je alle zes in een andere fase van jet-leg en toch ook wel weer een beetje cultuur schok zit… en het regent dan ook nog eens…), weer een week logeren, een conferentie gedaan (voor kinderen een apart programma), gepreekt, auto gehuurd en 12 uur gereden naar Grand Rapids, gesproken op jongeren conferentie, presentatie in de gemeente gedaan (de kleintjes zochten nog steeds naar de ‘grand rabbits’ toen we ons boeltje weer inpakten (duurt ongeveer 100 minuten) en met een Canadese auto naar Canada gereden. De kinderen kennen de presentatie nu uit hun hoofd. Ze logeren bij volkomen onbekenden, wij met de kleintjes bij een deputaat. Morgen pakken we ons boeltje weer in en trekken verder naar Jordan, we hopen behalve de presentatie te geven ook de Niagara Watervallen te bezoeken. En dan hopen we woensdag weer een vliegtuig te boarden, naar Brussel waar we blew worden opgehaald door mijn ouders…aftellen dus. Naast alle vermoeidheid doen we er allemaal dan toch ook weer mooie nieuwe contacten op en de sociale vaardigheden van de kids zijn buitengewoon. Grijze mensen worden gelijk met opa of oma aangesproken (wat ze natuurlijk onweerstaanbaar vinden) en verder denken die kleintjes dat het leven voortaan bestaat uit logeerpartijtjes, zwembaden, hamburgers en allemaal lieve mensen om hen heen… Niet helemaal realistisch dus... Hoe moet dat toch straks thuis in Malawi weer?

26 mei 2012

Begrafenis bij de buren


Het is nog vroeg, zes uur, vanmorgen. Ik word wakker met koormuziek. Droom ik nog? Bij het aankleden hoor ik het nog steeds, prachtig accapella. Als we het hek uit rijden om de kids naar school te brengen zien we boomtakken op straat liggen. We weten genoeg. Er is iemand gestorven bij onze linker buren. Uren lang word er gezongen, mensen komen af en aan. Cees en ik gaan ook, niet voor ik een waardige chitenge (wikkelrok) om heb gedaan. Dat is essentieel, een teken van respect. We gaan ook maar ergens op de grond zitten. De 84 jarige vader van de buurvrouw is gestorven. Zij, als oudste is verantwoordelijk voor de begrafenis. Al wonen deze malawianen al lang niet meer in een hut, ineens gelden de oude regels weer. Alle meubels zijn uit het huis gehaald en overall liggen nu traditionele matten op de grond. De vrouwen zitten daarop, met hun benen recht vooruit. Zo’n houding houdt ik maar even vol. 

Het zingen duurt voort, prachtig vier stemming. Wij kennen de liederen ook. Alle christenen, van welke denominatie ook, zingen hier uit de zelfde liedbundel. Chichewa hymns, daar zongen we in Zambia ook altijd uit. Onze buren zijn catholiek, de vader was 7de dag Adventist, wij gereformeerd. Kun je nagaan hoe we in kerkelijk Nederland met zangbundels omgaan. Een luxe problem, net zoals welke bijbel vertaling je gebruikt. Hier is maar 1 vertaling, de oude Chichewa vertaling in gebruik, of je nu in een charismatische, evangelische, gereformeerde of andersins achtige kerk thuis hoort.

Terwijl wij op een gegeven moment weer naar huis gaan houdt het zingen nog altijd aan. Niet door dezelfde mensen, het is een komen en gaan. Je gezicht laten zien en een poos meezingen is vergelijkbaar met onze condoleance gewoonte.  Onze slaapkamer ligt 3 meter van hun woonkamer vandaan dus val ik s avonds weer inslaap met koormuziek op de ‘achtergrond’. Om 1 uur houdt het op. Velen die van ver zijn gekomen blijven slapen, niet binnen maar buiten, gewoon precies zoals het in de traditionele dorpjes ook gebeurd. Veel mensen krijgen na een begrafenis malaria.

De volgende morgen begint het zingen weer, heel stichtelijk. Dan opens is het tijd voor het klagen, dat is de rol voor de vrouwen. Het ‘huilen’ is op grote afstand nog te horen. De mannen roepen zo nu en dan een phrase over de gestorvene. ‘oh, vader, hoe kunnen we nu toch verder zonder u?’ Ondertussen moet er ook voor eten worden gezorgd. Ieder lid van de gemeenschap is geacht iets bij te dragen, brandhout, maismeel, groente, doeken of geld. Achter alle oprechte symphatie schuilt toch ook nog het oude idee van je eigen onschuld aan het sterfgeval bewijzen. Gemengde gevoelens voor familie en buren; liefde en vrees. Je respect en liefde laten zien door geestelijke liederen te zingen en iets te schenken. Dan  ook mee naar het graf om de geest van de overledene ‘uit te zenden’ zodat het je nooit op een negatieve manier zal achtervolgen. 

Waarom gaan wij dan ook op bezoek en brengen we een zak maismeel? We willen onze vriendschap tonen en niet onverschillig overkomen, hoe anders we het zelf dan ook gewend zijn. Twee dagen lang van 6 uur smorgens tot 1 uur snachts zingen vind ik wel wat lang. Toch kan ik me voorstellen dat als je in een niet-pricacy maar een gemeenschaps cultuur thuis hoort, steun ervaart van zingende buren en kerk leden.

16 april 2012

De mug en de vis

Pasen

Twee weken Paas vakantie gehad met de kids. Soms lastig om dingen te bedenken om te doen. Je hebt hier niet veel. We waren blij met het Church camp dat in het Paas weekend viel. Met zo’n 8 gezinnen van de gemeente zijn we naar een stuk bos geweest een uur hier vandaan. De zeebra’s keken wel gek op dat er zomaar ineens allemaal tenten uit de grond kwamen zetten. Een uitdaging was het wel om gewoon in de bush, geen electriciteit en andere voorzieningen, een paar dagen te bivakkeren. Er waren 3 sprekers uit de VS gekomen om ons en onze kinderen als het ware op te laden. We stonden stil bij Romeinen 4-8. Het was prachtig zo onder de sterrenhemel. De kleine jongens sliepen ook best, op hun matje naast ons na zo’n dag rond struinen in de bush! Omdat Rhode en Joas dat weekend ook jarig waren hebben we ze nog een paar daagjes mee naar het meer genomen, nog een uurtje verder. Voor weinig geld kunnen we dan in een oud maar prima huisje in de duinen verblijven. Het water was heerlijk, zelf voor mij, de kou-kleum van de clan. We werden wel even met onze neus op de feiten gedrukt...

 

De aap en de vis

Kennen jullie dat verhaaltje? Een aap ziet een vis tegen de sterke stroom op zwemmen. De vis komt niet vooruit. De aap denkt dat de vis te moe is en rust nodig heeft. Aap vangt de vis, legt hem op de oever. Eerst spartelt de vis nog maar spoedig komt de vis tot diepe rust. Aap heeft echt het gevoel dat hij de vis gehopen heeft. Een illustratie van zendings / hulp organisaties die met goede bedoelingen initiatieven nemen maar in plaats van helpen schade berokkenen.

 

 

Dan heb ik nu mijn eigen verhaaltje dat helaas op waarheid berust.

 

Mug of vis

Er wordt een grote sponsor actie gehouden. Kinderen rennen of zwemmen( kilo)meters af om zoveel mogelijk geld op te halen. Opa’s en oma’s, ouders, buren, gemeente leden, zakenmensen schrijven hun namen op de sponsor lijsten met de bedragen per (kilo)meter erbij. Van de geweldige opbrengst worden namelijk muskieten netten gekocht en uitgedeeld aan de arme mensen in Afrika waar Malaria ‘killer number one’ is. De netten worden gekocht en via via gedistribueerd aan de mensen die aan de kust van het meer wonen. Daar heest de meeste Malaria vanwege de lage ligging. Dorpelingen ontvangen de netten met grote blijdschap. Met man en macht worden al die netten aan elkaar genaaid. 8 vissers srpingen in hun boot, varen een stuk het meer op, gooien het enorme net uit, roeien aan land en trekken met 2 teams het net aan land. Honderden piepkleine visjes spartelen in het net, maar 5 grote vissen zitten bij de oogst. Of ik een kilootje wil kopen? “Gooien jullie die baby visjes niet terug? Nu heb je 20 visjes nodig per persoon, over 6 maanden kan je daar 20 mensen mee voeden!” Ja, ze snapten me wel, maar vandaag hadden ze honger dus alle visjes verdwenen in de pan.

We lazen laasts het boekje “When helping hurts”, een aanrader voor iedereen die anderen wil helpen (cross cultureel). Wat gaat er helaas veel mis op dat gebied! Geheim is denk ik,  oa. lijntjes heel kort houden. Er valt nog veel meer over te zeggen uiteraard!

 

Boodschappen

En toen de kids vanmorgen weer naar school gingen was het hoog tijd voor een taalles (daar kom je niet aan toe als je 4 kids om je heen hebt dwarrelen) en uiteraard....BOODSCHAPPEN. Ja, voor een 6 persoons huishouden waar ook zeer regelmatig gasten mee eten gaat er heel wat om! Met 50.000 Kwacha ging ik om 10 uur weg van huis. Eerst naar de markt, daar zou ik een hoofdstuk Opdringerigheid over kunnen schrijven (heel anders als in Zambia) maar dat doe ik nu niet. Wat wel heel gaaf was, er was bloemkool!!! Het is vanavond dus even feest aan tafel. In Chewu, een dorp 2 uur hier vandaan is het klimaat geschikt voor dat soort groenten. De kaassaus denken we erbij, hoewel... Cees is bijna 1 keer per maand in Zambia en dan doet hij gelijk boodschappen (aangezien er hier in Malawi tekorten zijn en komen aan allerlei producten). Behalve suiker heeft hij ook een paar blokken kaas gekocht, dus: Bloemkool met kaassaus! We zijn Hollanders of we zijn het niet?!

Toen naar Shoprite, de supermarkt. Veel vakken zijn leeg tegenwoordig maar ik kon er nog prima limonadesiroop, blikjes tonijn, zeep en ketchup kopen. Op naar Bowers, een Zuid Afrikaans winkeltje waar ze gelukkig nog rijstwafels verkopen (mijn dagelijks brood). De heuvel op naar Santa Plaza voor een paar dozen melk , even om de post, dan nog brood kopen bij Foodzone (ja echt, bruinbrood!) en toen was het alweer tijd om Rhode van school op te halen. Cees ontfermde zich inmiddels over de kleine jongens. De temperatuur in de auto was nogal gestegen tijdens al die uren en de chineese kool las verlept boven op de andere markt producten. Op de hoek van onze straat nog even bananen en annanassen door het open raampje kopen (drive through)o ja, Cees vroeg nog om Talktime (bel tegoed) en dat verkopen ze in het muurshopje in dezelfde straat...Thuis! Lege portemonnee. Uitladen maar. Het was 12.50 uur. Lunch eten, jongens naar bed, Rhode helpen met huiswerk, kamer opruimen, blog schrijven, jongens uit bed vissen, Joas ophalen van school, eten koken, eten (ook een hoofdstuk op zich, k zou er de titel Herrie boven kunnen zetten), iedereen badderen, schooltassen klaarmaken voor de volgende dag, kinderen naar bed doen met bijbehorende rituelen, even emails checken, was aanzetten, lezen, bidden, SLAPEN!

 

Weltrusten!

 

Mirjam

 

 

21 maart 2012

Wachten in Malawi


Wacht en wees sterk!

“Wacht op de HEERE, wees sterk, en Hij zal uw hart versterken.”  Psalm 27
                                                               
“De Heere is mijn licht,” zijn Davids openingswoorden. Als dat zo is zit je tenminste niet in een donkere wachtkamer. Dat is maar goed ook want wachten kan moeilijk zijn.
Het eerste deel van psalm 27 is een getuigenis van wie de Heere is. Omdat Hij onze levenskracht is en ons laat schuilen in Zijn veilige woning hoeven we ons geen zorgen te maken.
Hoe komt het dan dat wij, gelovigen, ons toch vaak  zorgen maken? Misschien laten we ons niet genoeg de moed door Hem inspreken, en wachten we niet gelovig op Zijn daden. We zijn vaak van die doe-het-zelvers. Laten we David’ s voorbeeld opvolgen. Hij zoekt Gods aangezicht en vraagt om Zijn leiding. David spreekt zichzelf de moed in, maar niet met een goedkoop ‘kop op’ of ‘houd je taai’. De woorden aan het eind van de psalm róepen het gewoonweg uit: “Wacht op de Heere, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de Heere!”
Op welke dingen wachten we? De ware Jakob in ons leven, verlossing van vijanden, de bekering van een familielid, genezing, weten wat Gods wil in ons leven is, een kindje? Vul het voor jezelf maar in. Brengen we het in geloof bij Hem en laten we het daar?
In deze psalm is het een opdracht, wacht! We moeten op God wachten met het verlangen ons aan Zijn wil te onderwerpen. Hij weet echt wat het beste voor ons is. Het kan een beproeving voor ons zijn, maar het wordt beloond. God zal ons hart sterk maken.
Soms is de tijd in de wachtkamer al een zegen op zich, als het Licht maar brandt…!

Dit dagboekstukje schreef ik vorig jaar voor het dagboek Sprankelend (info). Een paar maanden na het tikken van dit stukje belandden we zelf in de ‘wachtkamer’. Geen wachtkamer met comfortabele stoelen, een koffie automaat en tijdschriften om de tijd mee door te komen. De wachtkamer is groot en voor ons soms zo onoverzichtelijk. Veel is anders, alle gezichten zijn nieuw en het licht gaat letterlijk heel vaak uit. In deze wachtkamer hebben we onze koffers en dozen uitgepakt en alles een plekje proberen te geven. Veel dingen brengen herinneringen boven aan het leven waar we nog maar zo kort geleden afscheid van hebben genomen. Wachten temidden van alles wat op een gezin afkomt in een transitie kost bergen energie en heeft meer weg van jagen dan van wachten, maar wachten is tenslotte een werkwoord. Toch hebben al die vermoeiende activiteiten niet veel met het Bijbels wachten te maken. Wachten op de Heere is echt wat anders en het wordt me steeds duidelijker dat er heel veel lessen geleerd worden in de Wachtkamer. Waarom zou God ons anders laten wachten in bepaalde periodes van ons leven? Als daar je ogen voor open gaan dan is de tijd in de wachtkamer inderdaad een zegen op zich!

Laat ik dan ook maar met die lessen op de proppen komen want dan blijft het niet alleen maar bij een mooi geestelijk praatje, hoe oprecht het ook is.

Eventuele trots en eigen eer worden helemaal onderuit gehaald. Zendelingen zijn in hun werk ook vaak ‘goede verhalen’ of ‘aansprekende plaatjes’ aan het verzamelen om bv in de nieuwsbrief te zetten of te gebruken tijdens een presentatie. De bedoeling van zo’n nieuwsbrief  of presentatie is  de achterban op de hoogte te stellen van Gods werk op het zendingsveld, maar hoe vaak zit er ook niet een stukje trots en eer bij. We hebben al maanden geen bijzondere geestelijke successen kunnen vermelden in onze nieuwsbrieven. Dat maakt je nederig en kwetsbaar, je weet immers hoe graag de achterban juist wel die bijzondere successen wil lezen. We geloven dat God ons hier heeft geroepen en daarom moeten we, als gedachten bovenborrelen van ‘wat zal de achterban wel denken?’, bedenken dat de realiteit van Gods wijze plan boven alles staat.

Op meerdere manieren maakt het verblijf in de wachtkamer ons nederig. Vorig jaar waren we nog de ‘principal en amai-principal’ van een prachtig zendings college op een rurale zendingspost, nu zijn we helemaal niks. We hebben honderden nieuwe contacten gelegd maar omdat we, door verschillende redenen, nog niet met een bepaalde bediening worden geidentificeerd, hebben we geen enkele status. Toen ik gevraagd werd of ik eventueel tijdens de zondagschool les een bekertje limonade kon schenken voelde ik me even heel klein. Degene die me vroeg had geen enkel idee van wat ik zogezegd in mijn mars heb op dat gebied. Cees werd pas na maanden gevraagd of hij evt een preekbeurt kon waarnemen, terwijl hij in Zambia naast al het college werk ook bijna elke zondag voorging. Ik ben blij met deze ervaringen. Ik groei van klein worden. God is bezig met een vormings proces. Hij is de pottenbakker, ik ben de klei.

Als je nieuwe mensen ontmoet wordt de onherroepelijke vraag altijd weer gesteld; ‘Wat doen jullie hier?’ Ik realiseer me dat het werk in Zambia ons een sterke identiteit gaf, en die hebben we op moeten geven. Je verleent jezelf nu eenmaal geen identiteit aan taal en-cultuur studie, kinderen heen weer weer naar school brengen, gaas voor de ramen timmeren, bij kaarslicht kinderen in bad doen en maaltijden koken, veld onderzoek, vergaderen en raporten schrijven. Maar waar gaat het om? Onze identiteit ligt niet in wat we doen, het ligt in wie we zijn in Christus! In Gods ogen zijn deze maanden in de wachtkamer niet waardeloos, Hij heeft het immers zelf zo voor ons bedacht. Ik moet denken aan het gedicht van Corry ten Boom over Gods borduurwerk:

Mijn leven is een weefsel                                        Als ’t weefgetouw zal rusten
Tussen mijn God en mij.                                         En de spoel schiet niet meer om,
Niet ik kies de kleuren;                                            Zal God het doek ontvouwen
Heel doelbewust werkt Hij.                                 En verklaart Hij het waarom.
Soms weeft Hij er verdriet in,                             Hoe nodig donk’re draden
En ik, door onverstand,                                          zijn in de Wevers Hand
Vergeet, Hij ziet de boven-                                    naast goud- en zilverdraden.
En ik de onderkant.                                                    Zo komt Zijn plan tot stand.

Het is bijna onnodig om te schrijven dat je door te wachten op God ook les krijgt in vertrouwen op en in Hem. Je kun niet anders. Wachten maakt je onzeker en dat heeft dan weer tot gevolg dat je je richt op de enige zekerheid en dat is God. Het gevoel zit niet altijd zo mee, daarom hebben we ook verstand erbij gekregen. Hij is onze Vader en de Bijbel laat ons zo duidelijk zien wat voor vader Hij is. Zou ik dan twijfelen aan Zijn goede bedoelingen? Weinig dingen kunnen God meer eren dan dat ik op Hem wacht. Daarmee toon ik mijn vertrouwen in Hem. Natuurlijk wordt dat vertrouwen beproefd! Twijfels komen boven en soms zou ik het liefst het eerste het beste vliegtuig naar Nederland willen nemen en daar gaan settelen alsof er helemaal geen roeping  voor het zendingsveld is. En dan fantaseer ik over alle geweldige dingen die mijn vriendinnen en hun gezinnen daar allemaal wel hebben en wij hier niet. En zie, de twijfel baart zonde. Weg ermee, bidden in plaats van fantaseren (en begeren). Een vrucht van beproeving is gebed. Gebed terwijl ik voor de zoveelste keer de kamer loop op te ruimen of de ingredienten voor de roerbakschotel sta te snijden. Met twee peuters die je heel de dag door nodig hebben zijn er niet veel stille momenten en als de laatste s avonds ligt komt mijn hele systeem ook tot stilstand. Gelukkig zit de waarde van mijn gebed niet in de lengte maar in de echtheid ervan. En wat een geweldige troost dat de Zoon en de Geest en familie en vrienden ook voor ons bidden. Voor Gods werk, door ons.  We hebben de opdracht te ‘bloeien daar waar God ons heeft geplant’, dat we dan maar mooie plantjes in de wachtkamer mogen zijn!

Mirjam