21 maart 2012

Wachten in Malawi


Wacht en wees sterk!

“Wacht op de HEERE, wees sterk, en Hij zal uw hart versterken.”  Psalm 27
                                                               
“De Heere is mijn licht,” zijn Davids openingswoorden. Als dat zo is zit je tenminste niet in een donkere wachtkamer. Dat is maar goed ook want wachten kan moeilijk zijn.
Het eerste deel van psalm 27 is een getuigenis van wie de Heere is. Omdat Hij onze levenskracht is en ons laat schuilen in Zijn veilige woning hoeven we ons geen zorgen te maken.
Hoe komt het dan dat wij, gelovigen, ons toch vaak  zorgen maken? Misschien laten we ons niet genoeg de moed door Hem inspreken, en wachten we niet gelovig op Zijn daden. We zijn vaak van die doe-het-zelvers. Laten we David’ s voorbeeld opvolgen. Hij zoekt Gods aangezicht en vraagt om Zijn leiding. David spreekt zichzelf de moed in, maar niet met een goedkoop ‘kop op’ of ‘houd je taai’. De woorden aan het eind van de psalm róepen het gewoonweg uit: “Wacht op de Heere, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de Heere!”
Op welke dingen wachten we? De ware Jakob in ons leven, verlossing van vijanden, de bekering van een familielid, genezing, weten wat Gods wil in ons leven is, een kindje? Vul het voor jezelf maar in. Brengen we het in geloof bij Hem en laten we het daar?
In deze psalm is het een opdracht, wacht! We moeten op God wachten met het verlangen ons aan Zijn wil te onderwerpen. Hij weet echt wat het beste voor ons is. Het kan een beproeving voor ons zijn, maar het wordt beloond. God zal ons hart sterk maken.
Soms is de tijd in de wachtkamer al een zegen op zich, als het Licht maar brandt…!

Dit dagboekstukje schreef ik vorig jaar voor het dagboek Sprankelend (info). Een paar maanden na het tikken van dit stukje belandden we zelf in de ‘wachtkamer’. Geen wachtkamer met comfortabele stoelen, een koffie automaat en tijdschriften om de tijd mee door te komen. De wachtkamer is groot en voor ons soms zo onoverzichtelijk. Veel is anders, alle gezichten zijn nieuw en het licht gaat letterlijk heel vaak uit. In deze wachtkamer hebben we onze koffers en dozen uitgepakt en alles een plekje proberen te geven. Veel dingen brengen herinneringen boven aan het leven waar we nog maar zo kort geleden afscheid van hebben genomen. Wachten temidden van alles wat op een gezin afkomt in een transitie kost bergen energie en heeft meer weg van jagen dan van wachten, maar wachten is tenslotte een werkwoord. Toch hebben al die vermoeiende activiteiten niet veel met het Bijbels wachten te maken. Wachten op de Heere is echt wat anders en het wordt me steeds duidelijker dat er heel veel lessen geleerd worden in de Wachtkamer. Waarom zou God ons anders laten wachten in bepaalde periodes van ons leven? Als daar je ogen voor open gaan dan is de tijd in de wachtkamer inderdaad een zegen op zich!

Laat ik dan ook maar met die lessen op de proppen komen want dan blijft het niet alleen maar bij een mooi geestelijk praatje, hoe oprecht het ook is.

Eventuele trots en eigen eer worden helemaal onderuit gehaald. Zendelingen zijn in hun werk ook vaak ‘goede verhalen’ of ‘aansprekende plaatjes’ aan het verzamelen om bv in de nieuwsbrief te zetten of te gebruken tijdens een presentatie. De bedoeling van zo’n nieuwsbrief  of presentatie is  de achterban op de hoogte te stellen van Gods werk op het zendingsveld, maar hoe vaak zit er ook niet een stukje trots en eer bij. We hebben al maanden geen bijzondere geestelijke successen kunnen vermelden in onze nieuwsbrieven. Dat maakt je nederig en kwetsbaar, je weet immers hoe graag de achterban juist wel die bijzondere successen wil lezen. We geloven dat God ons hier heeft geroepen en daarom moeten we, als gedachten bovenborrelen van ‘wat zal de achterban wel denken?’, bedenken dat de realiteit van Gods wijze plan boven alles staat.

Op meerdere manieren maakt het verblijf in de wachtkamer ons nederig. Vorig jaar waren we nog de ‘principal en amai-principal’ van een prachtig zendings college op een rurale zendingspost, nu zijn we helemaal niks. We hebben honderden nieuwe contacten gelegd maar omdat we, door verschillende redenen, nog niet met een bepaalde bediening worden geidentificeerd, hebben we geen enkele status. Toen ik gevraagd werd of ik eventueel tijdens de zondagschool les een bekertje limonade kon schenken voelde ik me even heel klein. Degene die me vroeg had geen enkel idee van wat ik zogezegd in mijn mars heb op dat gebied. Cees werd pas na maanden gevraagd of hij evt een preekbeurt kon waarnemen, terwijl hij in Zambia naast al het college werk ook bijna elke zondag voorging. Ik ben blij met deze ervaringen. Ik groei van klein worden. God is bezig met een vormings proces. Hij is de pottenbakker, ik ben de klei.

Als je nieuwe mensen ontmoet wordt de onherroepelijke vraag altijd weer gesteld; ‘Wat doen jullie hier?’ Ik realiseer me dat het werk in Zambia ons een sterke identiteit gaf, en die hebben we op moeten geven. Je verleent jezelf nu eenmaal geen identiteit aan taal en-cultuur studie, kinderen heen weer weer naar school brengen, gaas voor de ramen timmeren, bij kaarslicht kinderen in bad doen en maaltijden koken, veld onderzoek, vergaderen en raporten schrijven. Maar waar gaat het om? Onze identiteit ligt niet in wat we doen, het ligt in wie we zijn in Christus! In Gods ogen zijn deze maanden in de wachtkamer niet waardeloos, Hij heeft het immers zelf zo voor ons bedacht. Ik moet denken aan het gedicht van Corry ten Boom over Gods borduurwerk:

Mijn leven is een weefsel                                        Als ’t weefgetouw zal rusten
Tussen mijn God en mij.                                         En de spoel schiet niet meer om,
Niet ik kies de kleuren;                                            Zal God het doek ontvouwen
Heel doelbewust werkt Hij.                                 En verklaart Hij het waarom.
Soms weeft Hij er verdriet in,                             Hoe nodig donk’re draden
En ik, door onverstand,                                          zijn in de Wevers Hand
Vergeet, Hij ziet de boven-                                    naast goud- en zilverdraden.
En ik de onderkant.                                                    Zo komt Zijn plan tot stand.

Het is bijna onnodig om te schrijven dat je door te wachten op God ook les krijgt in vertrouwen op en in Hem. Je kun niet anders. Wachten maakt je onzeker en dat heeft dan weer tot gevolg dat je je richt op de enige zekerheid en dat is God. Het gevoel zit niet altijd zo mee, daarom hebben we ook verstand erbij gekregen. Hij is onze Vader en de Bijbel laat ons zo duidelijk zien wat voor vader Hij is. Zou ik dan twijfelen aan Zijn goede bedoelingen? Weinig dingen kunnen God meer eren dan dat ik op Hem wacht. Daarmee toon ik mijn vertrouwen in Hem. Natuurlijk wordt dat vertrouwen beproefd! Twijfels komen boven en soms zou ik het liefst het eerste het beste vliegtuig naar Nederland willen nemen en daar gaan settelen alsof er helemaal geen roeping  voor het zendingsveld is. En dan fantaseer ik over alle geweldige dingen die mijn vriendinnen en hun gezinnen daar allemaal wel hebben en wij hier niet. En zie, de twijfel baart zonde. Weg ermee, bidden in plaats van fantaseren (en begeren). Een vrucht van beproeving is gebed. Gebed terwijl ik voor de zoveelste keer de kamer loop op te ruimen of de ingredienten voor de roerbakschotel sta te snijden. Met twee peuters die je heel de dag door nodig hebben zijn er niet veel stille momenten en als de laatste s avonds ligt komt mijn hele systeem ook tot stilstand. Gelukkig zit de waarde van mijn gebed niet in de lengte maar in de echtheid ervan. En wat een geweldige troost dat de Zoon en de Geest en familie en vrienden ook voor ons bidden. Voor Gods werk, door ons.  We hebben de opdracht te ‘bloeien daar waar God ons heeft geplant’, dat we dan maar mooie plantjes in de wachtkamer mogen zijn!

Mirjam 


1 opmerking:

Kara zei

Thankful for Google translate so I could read it (although probably a bit incorrect translation). We know something of that too...God setting you aside and making you wait in His time. It makes us realize our identity in Christ not in our work or what we have accomplished. Praying for you both!