Wacht
en wees sterk!
“Wacht op de
HEERE, wees sterk, en Hij zal uw hart versterken.” Psalm 27
“De Heere is mijn licht,”
zijn Davids openingswoorden. Als dat zo is zit je tenminste niet in een donkere
wachtkamer. Dat is maar goed ook want wachten kan moeilijk zijn.
Het eerste deel van psalm 27
is een getuigenis van wie de Heere is. Omdat Hij onze levenskracht is en ons
laat schuilen in Zijn veilige woning hoeven we ons geen zorgen te maken.
Hoe komt het dan dat wij,
gelovigen, ons toch vaak zorgen maken? Misschien laten we ons niet
genoeg de moed door Hem inspreken, en wachten we niet gelovig op Zijn daden. We
zijn vaak van die doe-het-zelvers. Laten we David’ s voorbeeld opvolgen. Hij
zoekt Gods aangezicht en vraagt om Zijn leiding. David spreekt zichzelf de moed
in, maar niet met een goedkoop ‘kop op’ of ‘houd je taai’. De woorden aan het
eind van de psalm róepen het gewoonweg uit: “Wacht op de Heere, wees sterk en
Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de Heere!”
Op welke dingen wachten we?
De ware Jakob in ons leven, verlossing van vijanden, de bekering van een
familielid, genezing, weten wat Gods wil in ons leven is, een kindje? Vul het
voor jezelf maar in. Brengen we het in geloof bij Hem en laten we het daar?
In deze psalm is het een
opdracht, wacht! We moeten op God wachten met het verlangen ons aan Zijn wil te
onderwerpen. Hij weet echt wat het beste
voor ons is. Het kan een beproeving voor ons zijn, maar het wordt beloond.
God zal ons hart sterk maken.
Soms is de tijd in de
wachtkamer al een zegen op zich, als het Licht maar brandt…!
Dit dagboekstukje schreef ik vorig jaar voor het dagboek Sprankelend (info). Een
paar maanden na het tikken van dit stukje belandden we zelf in de ‘wachtkamer’.
Geen wachtkamer met comfortabele stoelen, een koffie automaat en tijdschriften
om de tijd mee door te komen. De wachtkamer is groot en voor ons soms zo onoverzichtelijk.
Veel is anders, alle gezichten zijn nieuw en het licht gaat letterlijk heel
vaak uit. In deze wachtkamer hebben we onze koffers en dozen uitgepakt en alles
een plekje proberen te geven. Veel dingen brengen herinneringen boven aan het
leven waar we nog maar zo kort geleden afscheid van hebben genomen. Wachten
temidden van alles wat op een gezin afkomt in een transitie kost bergen energie
en heeft meer weg van jagen dan van wachten, maar wachten is tenslotte een
werkwoord. Toch hebben al die vermoeiende activiteiten niet veel met het
Bijbels wachten te maken. Wachten op de Heere is echt wat anders en het wordt
me steeds duidelijker dat er heel veel lessen geleerd worden in de Wachtkamer. Waarom
zou God ons anders laten wachten in bepaalde periodes van ons leven? Als daar
je ogen voor open gaan dan is de tijd in de wachtkamer inderdaad een zegen op
zich!
Laat ik dan ook maar met die lessen op de proppen komen want dan blijft het
niet alleen maar bij een mooi geestelijk praatje, hoe oprecht het ook is.
Eventuele trots en eigen eer worden helemaal onderuit gehaald. Zendelingen zijn
in hun werk ook vaak ‘goede verhalen’ of ‘aansprekende plaatjes’ aan het
verzamelen om bv in de nieuwsbrief te zetten of te gebruken tijdens een
presentatie. De bedoeling van zo’n nieuwsbrief of presentatie is de achterban op de hoogte te stellen van Gods
werk op het zendingsveld, maar hoe vaak zit er ook niet een stukje trots en eer
bij. We hebben al maanden geen bijzondere geestelijke successen kunnen
vermelden in onze nieuwsbrieven. Dat maakt je nederig en kwetsbaar, je weet
immers hoe graag de achterban juist wel die bijzondere successen wil lezen. We
geloven dat God ons hier heeft geroepen en daarom moeten we, als gedachten
bovenborrelen van ‘wat zal de achterban wel denken?’, bedenken dat de realiteit
van Gods wijze plan boven alles staat.
Op meerdere manieren maakt het verblijf in de wachtkamer ons nederig. Vorig
jaar waren we nog de ‘principal en amai-principal’ van een prachtig zendings
college op een rurale zendingspost, nu zijn we helemaal niks. We hebben
honderden nieuwe contacten gelegd maar omdat we, door verschillende redenen,
nog niet met een bepaalde bediening worden geidentificeerd, hebben we geen
enkele status. Toen ik gevraagd werd of ik eventueel tijdens de zondagschool
les een bekertje limonade kon schenken voelde ik me even heel klein. Degene die
me vroeg had geen enkel idee van wat ik zogezegd in mijn mars heb op dat gebied.
Cees werd pas na maanden gevraagd of hij evt een preekbeurt kon waarnemen,
terwijl hij in Zambia naast al het college werk ook bijna elke zondag voorging.
Ik ben blij met deze ervaringen. Ik groei van klein worden. God is bezig met
een vormings proces. Hij is de pottenbakker, ik ben de klei.
Als je nieuwe mensen ontmoet wordt de onherroepelijke vraag altijd weer
gesteld; ‘Wat doen jullie hier?’ Ik realiseer me dat het werk in Zambia ons een
sterke identiteit gaf, en die hebben we op moeten geven. Je verleent jezelf nu
eenmaal geen identiteit aan taal en-cultuur studie, kinderen heen weer weer
naar school brengen, gaas voor de ramen timmeren, bij kaarslicht kinderen in
bad doen en maaltijden koken, veld onderzoek, vergaderen en raporten schrijven.
Maar waar gaat het om? Onze identiteit ligt niet in wat we doen, het ligt in
wie we zijn in Christus! In Gods ogen zijn deze maanden in de wachtkamer niet
waardeloos, Hij heeft het immers zelf zo voor ons bedacht. Ik moet denken aan
het gedicht van Corry ten Boom over Gods borduurwerk:
Mijn leven is een weefsel Als
’t weefgetouw zal rusten
Tussen mijn God en mij. En
de spoel schiet niet meer om,
Niet ik kies de kleuren; Zal
God het doek ontvouwen
Heel doelbewust werkt Hij. En
verklaart Hij het waarom.
Soms weeft Hij er verdriet in, Hoe
nodig donk’re draden
En ik, door onverstand, zijn
in de Wevers Hand
Vergeet, Hij ziet de boven- naast
goud- en zilverdraden.
En ik de onderkant. Zo
komt Zijn plan tot stand.
Het is
bijna onnodig om te schrijven dat je door te wachten op God ook les krijgt in
vertrouwen op en in Hem. Je kun niet anders. Wachten maakt je onzeker en dat
heeft dan weer tot gevolg dat je je richt op de enige zekerheid en dat is God.
Het gevoel zit niet altijd zo mee, daarom hebben we ook verstand erbij
gekregen. Hij is onze Vader en de Bijbel laat ons zo duidelijk zien wat voor
vader Hij is. Zou ik dan twijfelen aan Zijn goede bedoelingen? Weinig dingen
kunnen God meer eren dan dat ik op Hem wacht. Daarmee toon ik mijn vertrouwen
in Hem. Natuurlijk wordt dat vertrouwen beproefd! Twijfels komen boven en soms
zou ik het liefst het eerste het beste vliegtuig naar Nederland willen nemen en
daar gaan settelen alsof er helemaal geen roeping voor het zendingsveld is. En dan fantaseer ik
over alle geweldige dingen die mijn vriendinnen en hun gezinnen daar allemaal
wel hebben en wij hier niet. En zie, de twijfel baart zonde. Weg ermee, bidden
in plaats van fantaseren (en begeren). Een vrucht van beproeving is gebed. Gebed
terwijl ik voor de zoveelste keer de kamer loop op te ruimen of de ingredienten
voor de roerbakschotel sta te snijden. Met twee peuters die je heel de dag door
nodig hebben zijn er niet veel stille momenten en als de laatste s avonds ligt
komt mijn hele systeem ook tot stilstand. Gelukkig zit de waarde van mijn gebed
niet in de lengte maar in de echtheid ervan. En wat een geweldige troost dat de
Zoon en de Geest en familie en vrienden ook voor ons bidden. Voor Gods werk,
door ons. We hebben de opdracht te
‘bloeien daar waar God ons heeft geplant’, dat we dan maar mooie plantjes in de
wachtkamer mogen zijn!

1 opmerking:
Thankful for Google translate so I could read it (although probably a bit incorrect translation). We know something of that too...God setting you aside and making you wait in His time. It makes us realize our identity in Christ not in our work or what we have accomplished. Praying for you both!
Een reactie posten