26 april 2013

Vijf broden en twee vissen


“Hebben we alles, jongens? Flanelbord, kleurplaatjes, Bijbel, fles drink water, drie en twintig broden, mandje met 5 broden en 2 vissen, gitaar...” Obed, Mozes en vriendje Praise klimmen in de auto en we gaan. Op weg naar Grace en de kinderclub in het dorpje Chinsapo. 
 
Vorige week besloot ik dat de brug naar Chinsapo echt niet meer veilig genoeg is. Elke week ontbreken er weer meer planken en bengelen balken boven het water. Grace, de lieve schat, heeft de brug vele malen eigenhandig opgelapt met plankjes en spijkers maar die worden gewoon erafgesloopt voor brandhout. Je moet ergens je eten op koken!

Ik parkeer de auto en toeter... in no-time komen kinderen aanrennen met uitgestrekte armpjes. Iedereen wil iets helpen dragen. 23 Kinderen lopen even later ieder met een brood op hun hoofd de brug over, de spullen uit mijn tas worden ook ‘eerlijk’ verdeeld. Zo komen we 15 minuutjes later zingend aan bij de boom waar de rest van de kids al op rieten matten zit te wachten.

We draaien ons programma zoals we altijd doen. Tijdens het Bijbel verhaal dwalen vele glinster oogjes af naar de berg broden achter me. Ik heb ter illustratie vijf broodjes en twee visjes in een mandje gedaan en vertel hoe de Here Jezus 5000 mensen op een wonderbaarljike manier te eten gaf. Tja, ik ben Jezus niet maar gun deze kids ook een broodje, vandaar mijn voorzorgsmaatregel, de berg broden. Gebrek aan geloof?


Er was nog wel een jongen

Die iets te eten had

Hij gaf het aan de Here

Het was zijn hele schat



Vijf broden en twee vissen

Het was niet eens zoveel

Maar toen de Heer ze zegende

Kreeg iedereen zijn deel



Vijf broden en twee vissen

Het was zijn hele schat

Zou jij ze kunnen missen

Als jij niets anders had?

(Elly en Rikkert)

Grace heeft een prachtig kinder liedje gemaakt over het verhaal en de kids doen al snel mee, met hun handen maken ze de bewegingen van een zwemmende vis. Dan laten we ze in groepjes zitten, zo deed Jezus het ook. Dankbaar worden de boterhammen aangenomen, voor velen hun ontbijt (het is al wel 14.00 uur). ik bid dat deze kinderen hierin iets van de liefde van de Kinder Vriend mogen proeven.

Mozes mag nog even een demonstratie doen voor de groep, uit zijn mandje haalt hij 1 voor 1 een visje of broodje en laat de kinderen meetellen. Obed helpt even later met het uitdelen van de kleurplaatjes. Het is leuk om je eigen kinderen te betrekken in de ministry. Ze stellen thuis vaak weer veel vragen over de situatie van de kinderen op de club. Ze zien drommels goed het grote verschil. De meesten dragen kapotte kleren, zijn mager. Velen hebben grote plekken ringworm op hun hoofd en huid.

Grace en ik ontdekken regelmatig schokkende feiten over de situatie van deze 250 kinderen. Minstens 20% van de kinderen hebben aids, 40% zijn (half)wees, 80% heeft wormen (dus diaree), 60% kan het niet veroorloven om naar school te gaan (uniform, schoenen, potlood en schriftje vereist). Volgens Grace zijn ook vele kinderen al op jonge leeftijd (vanaf 6) sexueel actief. Dat kun je bijna niet geloven he. De dansbewegingen die ze van ouderen afkijken zijn vaak sexueel getint. Ze immiteren en 'spelen'. Ze missen vaak ouders en goede opvoeding, hebben geen speelgoed of andere uitdagende dingen te doen. Veel kinderen zijn lichamelijk beschadigd, en dus ook emotioneel.
Ik heb mijn eerste les voor bijde groepen (5-10 jaar en 11-16 jaar) klaar liggen over ‘Cholinga’, (gedrag) en gevaren zoals aids besmetting. 


Wij bedenken opdrachten voor de kids om hun tijd anders in te vullen dan met ‘spelen’. We hebben koortjes gevormd, ze moeten dan door de weeks liedjes maken en oefenen en mogen die op de club voordragen. We kregen een bal van bezoekers en die zetten we nu in voor balspelen, op vaste tijden in de week. De ouderen krijgen huiswerk van mij, we zijn de cathecismus aan het leren. Dat doen ze samen. Als ze een hele ‘phunziro’ (les) individueel kunnen memoriseren krijgen ze een prijsje; een pen of een schrift. Daar gaan ze voor. De kids die niet kunnen lezen kunnen ook meedoen, gewoon een vriendje strikken. Prachtig om een 14 jarige koeien jongen (hij moet elke dag met een kudde koeien rond lopen op zoek naar gras en water, maar komt dus wel naar de club, de koeien worden gewoon ‘geparkeerd’) die niet kan lezen en schrijven, uit zijn hoofd op te zeggen wat de enige troost van een christen is. Laten we bidden dat de kennis in zijn hoofd ook naar het hart zakt en wortel schiet!

Tja, je begrijpt, als ik al die noden om me heen zie en proef dan bedenk ik dat ik maar zo weinig kan betekenen voor ze. Ik zou zoveel meer willen doen! Ik denk toch ook aan het jochie die zijn broodjes en visjes aan Jezus gaf. Het was niet veel, maar Jezus zegende het! Zo leg ik ook het kleine beetje dat ik doe voor de mensen hier, in Jezus zegenende handen.

Na afloop van de tweede sessie (de jeugd) keer ik met Obed, Mozes en Praise terug naar de auto. Twee vrouwen hebben er over gewaakt en verdienen een centje. Een jongen van een jaar of 13 escort ons en ratelt aan een stuk door. De boodschap is duidelijk, hij wil zo dol graag naar school. Ik kan het maar niet uit mijn hoofd zetten en ik denk dat God me probeert duidelijk te maken dat ik hier iets mee moet. Het ventje heeft een heel bijzonder verhaal. Hij is opgestaan uit de dood. Daarover een volgende keer!

24 maart 2013

‘Uta wa Leza’



Het betekent letterlijk ‘Boog van God’, wij zeggen ‘Regenboog’. We zagen hem weer, vandaag, op Palm-zondag. Boog van Belofte. Er tintelt altijd iets bij mij van binnen als ik hem zie. Ik houd van het Chichewa woord voor deze bijzondere boog. Uta wa Leza.
Traditioneel is deze ‘Boog van God’ voor de mensen hier in Malawi  het symbool van Gods zorg voor de mensheid, uitgedrukt in de gave van regen, de voorwaarde voor leven. Een mooi aanknopingspunt om het evangelie bij de mensen te brengen. De belofte die God aan Noach en zijn verdere nageslacht gaf na de dodelijke vloed. De boog herinnert me er elke keer weer aan dat God trouw is aan Zijn Woord! Het hoogtepunt daarvan vieren we met Goede vrijdag en Pasen: Jezus ging onder in de zee van onze zonden en Hij stond op. Jezus leeft! Hij is de God van het Leven!

Het is alweer een paar maanden geleden dat ik het verhaal van Uta wa Leza vertelde op de club. Het regenseizoen was net begonnen en zodoende kon ik de kinderen de opdracht geven om elke keer als ze Uta wa Leza zouden zien de Bijbeltekst op te zeggen uit Handelingen 2:39 “Want voor u is de belofte, en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn” en dan het verhaal van Noach door te vertellen aan een vriendje of familie lid. In gedachten zag ik Noach samen met zijn klein kinderen ook naar de boog kijken. Met Kerst ben ik overgeschakeld naar de Nieuw Testamentische verhalen. Ik merkte namelijk nieuwsgierigheid naar De Beloofde, die ik wel noemde in de Oud Testamentische verhalen. Zodoende gaat het nu elke week over Jezus, de Vervulling, het Bewijs dat God trouw is aan Zijn Woord.

Ons werk concentreert zich op het getuigen van Jezus Christus Die gisteren en heden Dezelfde is tot in eeuwigheid (Hebr 13:8). Onze kids dansten een vreugdedans in de zonnige regen toen ze Uta wa Leza zagen, terwijl ik een foto schoot. Op de veranda ging het gesprek over ‘God doet wat Hij zegt’. De regenboog wekt verwondering op, ookal valt het natuurkundig makkelijk te verklaren. Het prachtige vind ik dat hij over heel de wereld regelmatig verschijnt. Gods beloften zijn onbegrensd. Nog even en het regenseizoen is hier ten einde, dan zullen we hem maanden lang niet zien. Des te bijzonderder is het dan straks weer.

De Boog waar God Zich mee aan mensen (ver)bindt.



11 januari 2013

Aanmodderen


Mijn blik gaat omhoog, naar de wolken. Het is geen vraag of het vandaag gaat regenen! Toch laad ik al mijn kinderclub materialen weer in. Cees zet de wielen van onze 14 jarige Toyota Landcruiser in de 4x4 stand. Dat moet gewoon handmatig. Zodra ik de verharde weg afga schakel ik binnen ook over op 4x4 en rijd in lage versnelling de glibberige weg af naar de rivier. De zware en aanhoudende regen van de afgelopen dagen hebben het rustige stroompje in een kolkende massa veranderd. Nu komt het spannendste stukje van de reis, de brug! Die is maar een klein stukje breder dan onze auto en elke week een paar planken armer. Ik voel de auto glijden over de planken, maar blijf vooral gas geven om goed door de grote gaten heen te komen. Nu klimt de weg omhoog, de banden ploegen zich door dikke lagen modder heen. k Was even vergeten dat mijn raampje open stond, een dikke klodder  komt op mijn mooie blouse terrecht. Als ik het weggetje naar Grace opdraai hoor ik de kinderen al juichen.



Ook al is het overal modderig, het miezert nu alleen maar. De kids willen allemaal iets dragen; de gitaar, de bijbel, de platen, de doos krijtjes, de paraplu...We kruipen allemaal onder het afdak, de ‘Konijtjes’ voorin, daar achter de ‘Leeuwen’, links de ‘Olifanten’ en rechts de ‘Giraffen’. We hebben leeftijds groepen gemaakt om een begin te maken met orde. Deze kinderen worden vrijwel niet opgevoed (velen hebben geen ouders, of maar 1 ouder die veel te druk is met overleven) met alle gevolgen van dien! Na een kwartier zingen is het aantal kinderen met 100 aangegroeid...het wordt wat propperig! We besluiten maar onder de boom verder te gaan, meer ruimte! Elke groep neemt zijn eigen grote rieten mat mee en zo strijken we met 200 kids neer onder de grote ‘Bwalo’ boom. 

Het verhaal van Johannes de Doper die Jezus doopt is aan de beurt. Daarin komen natuurlijk een aantal moeilijke ‘dogma’s in voor. Bekering. Drie-Eenheid. Daarvoor heb ik wat platen gemaakt. Ik begin met Bekering. Het is zowaar muisstil, zelfs de moeders aan de rand, de rondhangende mannen op de achtergrond worden stil. Op de plaat is een weg te zien, met links de bestemming ‘Yesu’, rechts ‘Gahenna moto’. Een poppetje loopt richting ‘Gahenne moto’. Er staat een bord met een grote rode pijl de andere kant op. Zonder Jezus gaan we de verkeerde kant op. Draai je om, bekeer je, ga naar Jezus. En zo preekte Johannes over de noodzaak van bekering, en zie, daar stond het Lam van God aan de oever.  

Het begint te plenzen, binnen een paar tellen zijn al mijn platen doorweekt, ondanks het bladeren dak boven me...we rennen weer terug naar de hut. Wat een consternatie, vooral de ‘Konijntjes’ kunnen alle verwarring niet aan. Het is nog veel voller dan net, de hut puilt uit en de regen klettert neer. Ik laat de Drie-Eenheid liggen voor een andere keer en pak mijn natte gitaar. Uit volle borst zingen we weer “Laat de kinderen komen tot Mij!”. Het lijkt wel of er aan een ‘Aan en Uit knop’ word gedraaid, het is weer droog. Voor het kleuren zetten we twee groepen buiten de hut, op een mat. Het ziet er wat chaotisch uit maar na het uitdelen van 242 kleurplaten en 242 halve krijtjes zitten ze heerlijk zoet te kleuren.

Als we hebben gedankt begint het weer te regenen en we zwaaien de kids snel uit. In stroompjes rennen ze op hun blote voeten door de modder weg, naar hun eigen hutten. Een paar moeders blijven hangen om hun noden met ons te bespreken. Daarvoor proberen we creative oplossingen te bedenken. Een alleenstaande moeder (Crissy) vertelt dat ze deze week haar vier kinderen al drie keer zonder eten naar bed heeft moeten sturen omdat er gewoon niks was! “Ik zeg dan God zal op Zijn tijd voorzien”. Crissy is een van onze literacy studenten. Ze is ontzettend hongerig naar Gods Woord! Het 14-jarige gehandicapte meisje met haar baby (is uit een verkrachtig geboren) zien er al iets beter uit nadat we ze nu 4 weken helpen met melk, pap, suiker en zeep.

Bij Grace binnen krijg ik een glas Fanta, inmiddels stort het. Het erf om haar huis lijkt een modderrivier. Zou ik nog wel naar huis terug kunnen rijden zo? Na 30 minuten besluit ik het te gaan proberen, het zal er immers echt niet droger op worden. Ik neem afscheid van Grace. Ik waad door de modder naar de auto, jammer van mijn Birkenstocks. Als ik de brug maar over kom...Cees heeft me thuis nog even verteld hoe ik de lier kan gebruiken om mezelf uit de modder te trekken mocht ik echt vast komen te zitten. Ik heb echter niks aan zo’n stoere lier als ik van de brug afglijd...

Het loopt goed af. Als ik thuis kom ben ik aan een grote wasbeurt toe, de auto ook. Onder de warme douche (wat een luxe) denk ik aan de kinderen en moeders. Mijn hart gaat uit naar Crissy en haar mooie kinderen, die zo vaak geen eten hebben. Straks sta ik weer een heerlijke maaltijd te koken en hebben we zelfs weer over! Voor het koken check ik even mijn emails...een kennis die ik alleen maar digitaal ken en nooit in werkelijkheid heb ontmoet schrijft me dat ze graag financieel wil helpen! En zo heeft Crissy sinds vandaag een baan!!! En kan ze haar kinderen weer voeden en naar school sturen. Crissy gaat voor Grace werken (kleren wassen enzo) en mijn kennis financieert het salaris (25$/maand) , zo kan Grace meer tijd besteden aan het vrouwen werk.

Ik had halfomhalf besloten toch maar te stoppen met het werk tijdens de natste weken van het regen seizoen, al dat aangemodder!! Maar, ik denk dat we gewoon maar moeten door blijven modderen, anders lopen we wellicht kansen om anderen te helpen mis. Misschien iets hoger kijken dan de wolken...

Mirjam

25 oktober 2012

Mooi maar moeilijk


Haar naam is Grace, genade. Een Tanzaniaanse vrouw, getrouwd met een Malawiaan. Ze hebben ƩƩn eigen kind en vier geadopteerde weeskinderen.
Vorig jaar zijn ze in Lilongwe komen wonen, net als wij. Ze hebben land gekocht, een huis gebouwd en gingen op zoek naar een kerk. Helaas, de dichtsbijzijnde kerk verkondigde leugens. God bracht hen en ons in de Internationale gemeente samen. Elke week bestellen ze een paar fietstaxies en komen trouw naar de dienst waar de Waarheid wordt verkondigd.
Grace spreekt Swahili, ik Nedelands, samen praten we engels en leren we Chichewa. Ik zit misschien op 30%, zij zit zeker op 90% Chichewa. We houden allebei van Jezus en willen Hem graag dienen.
Dinsdag zijn we samen naar de hoofdman van haar dorp Chinsapo gegaan om te vragen of we de vrouwen en kinderen mogen onderwijzen in Gods Woord. (Chinsapo is eigenljik wijk 46 van Lilongwe, wij wonen in wijk 47.) Hoofdman Chimbwi heeft twee vrouwen. Vroeger wilde hij wel meer weten van het Christendom maar sinds hij hoofdman is moet hij het traditionele geloof voor 100% aanhangen, anders kan hij ook geen traditionele oplossingen bedenken voor de traditionele problemen (zoals de invloed van geesten en heksen in het dorp). Maar hij vind het geen enkel probleem als wij de vrouwen en kinderen willen bezig houden. Op een voorwaarde, een mooie foto van hem en zijn eerste vrouw. Ik haal mijn camera tevoorschijn, maar, ho even. Er moet eerst en pak aan getrokken worden. Wij lopen ondertussen even een rondje om alvast wat kinderen uit te nodigen en als we terug komen zitten ze klaar, hij in keurig grijs pak, zij met een bosje plastik bloemetjes in haar hand. Ik probeer ze ‘los’ te krijgen met wat vragen maar de plechtigheid op de gezichten blijf.

Twee dagen later rijd ik met gitaar, flanelbord, kleurplaatjes, krijtjes, Bijbel en Mozes het dorp weer in. We mogen onder de boom ons programma doen. Het is DE publieke plaats van de gemeenschap. Hier worden allerhande gedeeld gedeeld en besloten.
Mozes klingelt de bel en uit alle richtingen komen ze aanlopen. De eersten zijn drie stok oude mannen met rood doorlopen ogen en gebreide mutsen op. Binnen 5 minuten zitten er 40 kinderen op de mat en de moeders die eerst blijven staat, nemen ook plaats. Dit zijn Grace d’r buurtjes. Ze vertelde me dat het zo moelijk is om in de eigen omgeving te evangeliseren. Men heeft al snel zoiets van, ‘Wie denk jij wel niet dat je bent?!” Ze vind het fijn dat ik het initiatief heb genomen om echt een programma te draaien.

Ik begin met het zingen van mijn zelf gemaakte Scheppings lied, Grace valt in en hier en daar mompelen er moeders en kinderen mee. Grace bidt. Ik vertel wie we zijn en wat we gaan doen. Ik leg uit wat de Bijbel is en begin met Genisis 1; De Schepping. Het flanel bord is een schitterend hulpmiddel. Fijn dat ik dat van de Internationale gemeente mag gebruiken, wat we eerder hadden hebben in Zambia achter gelaten. Ik laat de kinderen de dierengeluiden maken, de vrouwen lachen zich krom. Als de kinderen toe zijn aan het kleuren van de kleurplaat richt ik me op de vrouwen waarvan er inmiddels wel 50 zitten te luisteren. Van Grace weet ik dat ze verschrikkelijk worstelen met drank en angst. Wat zou hun leven anders zijn als ze ook de Enige Ware God zouden leren kennen! Grace is daar een voorbeeld van, een vrouw waar wat van uit gaat, die bewogen is met deze ongelukkige buurvrouwen.
Na het programma lopen we naar Grace huis en evalueren alles. Grace schenkt verse mango sap  voor me in, heerlijk!!! We bidden samen voor dit geestelijk donkere gebied. Ik bid voor mijn lieve, nieuwe vriendin. Ik weet zeker dat God haar getuigenis en ons programma zal zegenen. Omdat hij het belooft! God is genadig. Grace, een mooie vrouw in een moeilijk gebied. Je zou een dagje in Chinsapo op visite moeten komen, dan weet je wat ik bedoel. Maar voor God is niets onmogelijk!
                          ASANTE SANA=Dank U wel (Swahili)





8 oktober 2012

tropenjaren...


Wikipedia zegt het volgende over een tropen jaar:
Een tropenjaar is een jaar dat voor de berekening van pensioenopbouw voor twee telt. De uitdrukking komt uit de koloniale tijd. Uitgezondenen naar bijvoorbeeld Nederlands-Indiƫ mochten ieder jaar dat zij daar werkten dubbel tellen voor hun pensioen. De uitdrukking wordt nog wel gebruikt om aan te geven dat iemand een jaar achter de rug heeft dat wel erg zwaar was. Tot zover wikipedia...
In het engels vertaalt men het begrip ‘Tropenjaren’ simpelweg met ‘hard days’. Ik heb er over na zitten denken, tussen de vermoeiende kleinigheden door.
Je wilt op een dag eerst brood en cake bakken voor het weekend, een witte en een bonte was draaien en ophangen, vervolgens zondagschool materiaal op internet zoeken en versturen naar de verschillende medewerkers, met de auto de wekelijkse boodschappen gaan doen op de markt in de stad, een warme maaltijd koken, een vergadering houden met vrijwilligers voor het vrouwen project, de kinderen helpen met hun schoolwerk en iedereen (laten) douchen voor de bijeenkomst vanavond.
Op het moment dat ik het brood heb staan rijzen boven op de koelkast en het beslag voor de cake in de vorm giet gaat het bekende piepje...de stroom valt uit. Zucht! Dat betekent dat alle kostbare ingredienten verloren gaan of....ik mijn houtskool ‘ovenpan’ tevoorschijn moet halen. Dat laatste dan maar. Handen zwart, houtskool in het vuurkorfje, vuur maken (dat kost me een half pakje lucifers), gietijzeren pan erop heet laten worden, cake beslag overgieten in een ronde vorm die in de gietijzeren pan past, bakken en steeds maar kijken of het niet aanbrandt (temperatuur valt niet te reguleren). O, ja, de was die ik aan had gezet zit dus vast in de machine en zolang er geen stroom is zit dat ding op slot. De bonte was moet maar op de hand want al die stoffige en zweterige kinder kleren kun je niet lang in de mand laten liggen.
Zondagschol materiaal moet ik van mijn agenda schrappen, doorschuiven naar...de dag dat de stroom terug komt. Boodschappen doen dan maar, op het heetst van de dag heeft niet mijn voorkeur maar het kan vandaag niet anders. Vermoeiend altijd de markt...al die opdringerige koopmannen die soms de komkommers gewoon in je mand proppen en de prijs erbij roepen. Sorry, ik hoef geen komkommers vandaag en ik wil graag zelf mijn producten uitkiezen! Hetzelfde herhaalt zich nog zes keer.
Heerlijk, er is broccolie!!! Dat is mijn ‘even makkelijk doen’ groente. Cees zegt soms, kun je niet even wat makkelijks doen? Ja dat kan, als ik tenmiste zelf van te voren kant en klare maaltijden maak en invries, dan kan ik die op zo’n ‘doe es makkelijk dag’ uit de vriezer halen. Bezweet en met verschrikkelijk vieze handen en voeten kom ik, na een paar politie stops (men controleert hier veelvuldig op waar je naar opweg bent...) terug van de markt.
Thuisgekomen is niet alleen de stroom uit maar komt er ook geen water uit de kraan. Gelukkig had ik een emmer gevuld. Daar zullen we het de rest van de dag mee moeten doen. Groenten wassen en datzelfde water ook maar om de handen mee te wassen en vervolgens de wc mee door te spoelen. Er blijft nog een halve emmer water over om 6 mensen mee te wassen, ieder een schaaltje water en een washandje. Het zou niet zo erg zijn geweest als we gister en eergister wel water hadden gehad...3 dagen niet douchen is voor mij wel een kleine beproeving.
Er wordt geklopt. Het kindje van de tuinman is plotseling ziek. Zo te zien heeft ze een fikse malaria aanval. Precies zoals Mozes een jaar geleden. Stuiptrekkend ligt ze in zijn armen. Vliegensvlug geef ik de grote kids instructies voor hun schoolwerk, prop de kleine jongens in hun auto stoeltjes en rij met vliegende vaart de tuinman met zijn kindje naar de kliniek. Ze heeft zo snel mogelijk medicijnen nodig. Ik bel mijn collega, sorry, ik kom te laat op de vergadering. Gelukkig zal Cees spoedig thuis komen, dan kan ik alle kids bij hem achter laten...nee dus.
Als ik thuis kom belt hij me. “Heb je mijn berichtjes niet gekregen?” “Nee, het netwerk was blijkbaar niet goed. Wat is er?”  Van zijn dagplanning is ook al niet veel gekomen. Dagelijks wordt er een beroep op onze flexibilitijd en inprovisatie gedaan. Boeiend, maar ook vermoeiend.
Aan het eind van de dag, als alle kids op bed liggen evalueren we bij kaarslicht de dag en bespreken we de dag. Geen van beiden hebben we ons lijstje afgewerkt, en toch zijn we moe.
Weet je, eigenlijk kun je niet in woorden uitdrukken wat een tropenjaar echt inhoudt, dat moet je ervaren! Woon en werk voor minstens een jaar dicht bij de evenaar. Het liefs met een gezin en kinderen in verschillende leeftijden! Als ik bedenk dat we in realiteit nog niet eens zeven jaar in Africa wonen en werken klinkt het nog maar zo kort. Het voelt soms alsof het er wel 14 jaar zijn.
Tropenjaren tellen dubbel. Hoe oud ben ik dan eigenlijk? 2x10 plus 2x6,5 is 33 plus 18 gewone is 51! Als tropenjaren dubbel tellen, geld dat niet alleen de ‘negatieve’ kant op, ook de positieve. De ervaringen die je tijdens tropenjaren opdoet zijn een verrijking aan je leven. Volgende keer daar wat meer over.
Terwijl mijn familie en vrienden inmiddels met maillots, laarzen en dikke herfstjassen rondlopen, ga ik zo met mijn dochter, zo luchtig mogelijk gekleed een rondje lopen en kunnen mijn kleine jongens nog lekker even in het badje rondplonsen. In oktober...





16 juli 2012

Rondje wereld

Het kostte de immigratie ambtenaren zo’n 80 minuten om uit te vogelen dat we geen ongewenste bezoekers waren. We mopperen altijd zo op de zgn ‘Afrikaanse’ werkwijze van ambtenaren maar bij de grensovergang Amerika-Canada relativeerden we dat flink. Ze kunnen er hier ook wat van! Ons verhaal week in alle opzichten af van een doorsnee reiziger bij de grenshokjes. Ten eerste gaven we Europese Paspoorten af, reden we in een Canadese auto (die ‘s ochtens door een Canadees was afgeleverd aan ons in Grand Rapids). Op de vraag ‘waar wonen jullie’ antwoordden we uiteraard ‘Afrika’, de wenkbrauwen gingen nog een stukje omhoog. ‘Wat doen jullie hier?’  ‘We bezoeken onze zendende kerk’… de ambtenaar bladerde nog eens door alle zes de paspoorten en pakte de telefoon. We werden naar het immigratie kantoor gestuurd waar meer mensen stonden toe te kijken hoe al hun bagage werd afgesnuffeld door honden en doorgespit door agenten. We werden bestookt met vragen zoals ‘met welke maatschappij vliegen jullie?’ Deze keer waren de tickets van een Indiaase maatschappij het goedkoopst dus de onbekende naam voegde niet veel meer geruststelling toe aan ons verhaal. ‘Je bent in New York aangekomen en je vertrekt uit Toronto?’. ‘That’s right, sir!’…en toen begonnen onze kinderen vervelend te worden, brulden het hele kantoor bij elkaar van oververmoeidheid…toen stonden we binnen 5 minuten buiten en mochten we gaan.

Tot nu toe verloopt onze reis goed! We zijn over het algemeen gezond (genoeg om te reizen) en onze kinderen zijn gelukkig heel flexibel en ‘outgoing’. Op 19 juni vertrokken we uit Malawi (Joas al overgevend), verbleven 2 dagen bij Cees’ ouders, reisden verder van Brussel naar New York, logeerden een weekend bij HRC kerk leden, kampeerden een week met gezinnen van onze zendende kerk (zacht gezegd een ‘challange’ als je alle zes in een andere fase van jet-leg en toch ook wel weer een beetje cultuur schok zit… en het regent dan ook nog eens…), weer een week logeren, een conferentie gedaan (voor kinderen een apart programma), gepreekt, auto gehuurd en 12 uur gereden naar Grand Rapids, gesproken op jongeren conferentie, presentatie in de gemeente gedaan (de kleintjes zochten nog steeds naar de ‘grand rabbits’ toen we ons boeltje weer inpakten (duurt ongeveer 100 minuten) en met een Canadese auto naar Canada gereden. De kinderen kennen de presentatie nu uit hun hoofd. Ze logeren bij volkomen onbekenden, wij met de kleintjes bij een deputaat. Morgen pakken we ons boeltje weer in en trekken verder naar Jordan, we hopen behalve de presentatie te geven ook de Niagara Watervallen te bezoeken. En dan hopen we woensdag weer een vliegtuig te boarden, naar Brussel waar we blew worden opgehaald door mijn ouders…aftellen dus. Naast alle vermoeidheid doen we er allemaal dan toch ook weer mooie nieuwe contacten op en de sociale vaardigheden van de kids zijn buitengewoon. Grijze mensen worden gelijk met opa of oma aangesproken (wat ze natuurlijk onweerstaanbaar vinden) en verder denken die kleintjes dat het leven voortaan bestaat uit logeerpartijtjes, zwembaden, hamburgers en allemaal lieve mensen om hen heen… Niet helemaal realistisch dus... Hoe moet dat toch straks thuis in Malawi weer?

26 mei 2012

Begrafenis bij de buren


Het is nog vroeg, zes uur, vanmorgen. Ik word wakker met koormuziek. Droom ik nog? Bij het aankleden hoor ik het nog steeds, prachtig accapella. Als we het hek uit rijden om de kids naar school te brengen zien we boomtakken op straat liggen. We weten genoeg. Er is iemand gestorven bij onze linker buren. Uren lang word er gezongen, mensen komen af en aan. Cees en ik gaan ook, niet voor ik een waardige chitenge (wikkelrok) om heb gedaan. Dat is essentieel, een teken van respect. We gaan ook maar ergens op de grond zitten. De 84 jarige vader van de buurvrouw is gestorven. Zij, als oudste is verantwoordelijk voor de begrafenis. Al wonen deze malawianen al lang niet meer in een hut, ineens gelden de oude regels weer. Alle meubels zijn uit het huis gehaald en overall liggen nu traditionele matten op de grond. De vrouwen zitten daarop, met hun benen recht vooruit. Zo’n houding houdt ik maar even vol. 

Het zingen duurt voort, prachtig vier stemming. Wij kennen de liederen ook. Alle christenen, van welke denominatie ook, zingen hier uit de zelfde liedbundel. Chichewa hymns, daar zongen we in Zambia ook altijd uit. Onze buren zijn catholiek, de vader was 7de dag Adventist, wij gereformeerd. Kun je nagaan hoe we in kerkelijk Nederland met zangbundels omgaan. Een luxe problem, net zoals welke bijbel vertaling je gebruikt. Hier is maar 1 vertaling, de oude Chichewa vertaling in gebruik, of je nu in een charismatische, evangelische, gereformeerde of andersins achtige kerk thuis hoort.

Terwijl wij op een gegeven moment weer naar huis gaan houdt het zingen nog altijd aan. Niet door dezelfde mensen, het is een komen en gaan. Je gezicht laten zien en een poos meezingen is vergelijkbaar met onze condoleance gewoonte.  Onze slaapkamer ligt 3 meter van hun woonkamer vandaan dus val ik s avonds weer inslaap met koormuziek op de ‘achtergrond’. Om 1 uur houdt het op. Velen die van ver zijn gekomen blijven slapen, niet binnen maar buiten, gewoon precies zoals het in de traditionele dorpjes ook gebeurd. Veel mensen krijgen na een begrafenis malaria.

De volgende morgen begint het zingen weer, heel stichtelijk. Dan opens is het tijd voor het klagen, dat is de rol voor de vrouwen. Het ‘huilen’ is op grote afstand nog te horen. De mannen roepen zo nu en dan een phrase over de gestorvene. ‘oh, vader, hoe kunnen we nu toch verder zonder u?’ Ondertussen moet er ook voor eten worden gezorgd. Ieder lid van de gemeenschap is geacht iets bij te dragen, brandhout, maismeel, groente, doeken of geld. Achter alle oprechte symphatie schuilt toch ook nog het oude idee van je eigen onschuld aan het sterfgeval bewijzen. Gemengde gevoelens voor familie en buren; liefde en vrees. Je respect en liefde laten zien door geestelijke liederen te zingen en iets te schenken. Dan  ook mee naar het graf om de geest van de overledene ‘uit te zenden’ zodat het je nooit op een negatieve manier zal achtervolgen. 

Waarom gaan wij dan ook op bezoek en brengen we een zak maismeel? We willen onze vriendschap tonen en niet onverschillig overkomen, hoe anders we het zelf dan ook gewend zijn. Twee dagen lang van 6 uur smorgens tot 1 uur snachts zingen vind ik wel wat lang. Toch kan ik me voorstellen dat als je in een niet-pricacy maar een gemeenschaps cultuur thuis hoort, steun ervaart van zingende buren en kerk leden.