Welke vrouw staat
er nou nooit eens ’s morgens voor haar kledingkast: “Wat zal ik vandaag eens
aantrekken?” De outfit als probleem. Op de Internationale School waar ik
lesgeef, dragen leerkrachten elke vrijdag een uniform. Dat scheelt me weer een
minuut dubben en denken in de week. Eens in de twee jaar ga ik voor kleding
shoppen, tijdens ons verlof. Ik ben niet zo modebewust en met een ‘zendelinge-portemonnee’
ga ik altijd voor de koopjes. Naar de maatstaven van de modieuze Zeeuwse Zij-en
loop ik er misschien wat aandoenlijk bij.
Hier in Afrika
ga ik vaak gekleed in originele (traditionele) jurken van bewerkt katoen. Mijn
vriendin hier geeft me soms uit waardering voor mijn werk in haar dorpsgemeenschap
een paar meter prachtige stof. Vergeleken met de vrouwen in het dorp heb ik een
‘prinsessen-garderobe’. Er hangen welgeteld dertig volle hangers in mijn kast,
gewassen en gestreken. (En dat na het weggeven van 6 tassen kleding voor de
slachtoffers van de overstromingen.) Bij mijn zusters hier hangen de
omslagdoeken aan een kromme spijker in de vochtige, lemen muur. Aan het
assortiment bloesjes en shirts aan die andere roestige spijker ligt geen enkele
smaak of keus ten grondslag. Een kledingkeus-dilemma kennen ze niet.
Nu ons verlof
er aan zit te komen begin ik me een beetje zorgen te maken over hoe ik straks
het minst ga opvallen tussen de Hollandse dames? Ik denk dat een kledingbeurs
voor mij de beste oplossing is. Alles wat daar te koop hangt kan toch nog geen
jaren uit de mode zijn? Ik zal mijn vriendin een mailtje schrijven. Dan hoef ik
straks alleen mijn maat en budget door te geven. Zie je, het komt helemaal goed
met dat vraagstuk van mij. Ik ga voor de oud-fit!
Deze blog verscheen eerder als column in Zij en Zeeuws
Deze blog verscheen eerder als column in Zij en Zeeuws
Geen opmerkingen:
Een reactie posten