Het verhaal
van Maria
Mijn naam is
Maria, de Griekse variant op de Hebreeuwse naam Mirjam. Een hele gebruikelijke
meisjes naam.
Geboren in
een heel eenvoudig gezin, in het dorp Nazareth. In het noorden van Israël.
Nazareth was een heel gewoon, klein, onbetekenend dorp. Mensen hebben vol
ongeloof uitgeroepen “Kan uit Nazareth iets goed komen?!” Ik ben een nazaat van
de grote koning David.
Ik was nog
een tiener en hielp mijn moeder in huis. Mijn ouders waren serieus over God en
hebben me over God verteld. Ik leerde uit Zijn Woord; de wet en de profeten.
Daar heb ik later veel aan gehad! Zoals elke joodse familie, zagen we uit naar
de vervulling van de grote belofte van God; Hij zou een VERLOSSER geven, de
Messias. Iedere familie hoopte dat zij de grote eer zouden ontvangen om de
Messias voort te brengen. Wie zou God daarvoor uitkiezen? Vast niet zo’n heel
eenvoudige familie uit Nazareth!
Mijn ouders
vonden een geschikte man voor mij en de families maakten een overeenkomst, ik
zou met Jozef de timmerman trouwen. We waren officieel verloofd. Het was 100%
zeker dat we gingen trouwen. Jozef stamde ook af van koning David uit
Bethlehem. Samen waren we de bruiloft aan het plannen.
Op een dag
gebeurde er iets heel vreemds! Ik was gewoon bezig met huishoudelijk werk.
Ineens stond er een vreemde man voor me. Hij zei: “Gegroet Maria! Gezegend ben je. De Heer is met je.” Ik keek op en
schrok. Deze vreemdeling kende mijn naam en noemde me gezegend. Ik was in de
war. Ik was bang. Ik begreep het niet. Maar de bezoeker had een boodschap voor
me. “Wees niet bang. God zegent jou. Je
zult zwanger worden en een zoon baren, je moet hem Jezus noemen. Hij zal de
Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. God zal hem de troon van zijn vader
David geven. Hij zal voor altijd Koning zijn!” Wat een boodschap!!!
Toch begreep
ik het nog niet helemaal. Ik was wel verloofd, maar nog niet getrouwd. Jozef en
ik leefden nog niet als getrouwde mensen. Mijn moeder had me goed verteld wat
Gods bedoeling is voor een huwelijk. En hoe een man en vrouw kinderen krijgen.
Er klopte iets niet. Voorzichtig durfde ik de vraag te stellen “maar hoe dan?”. Toen legde de bezoeker
uit dat de Heilige Geest van God als een schaduw over me zou komen en het
onmogelijke, mogelijk maken: een maagd werd zwanger!
Ik
herinnerde me de profetie uit Jesaja 7: 14 ‘Een maagd zal zwanger worden en een
zoon baren en hem Immanuel noemen.’ Deze boodschap zette mijn plannen op zijn
kop. Razendsnel flitsten er gedachten door mijn hoofd… wat zal Jozef zeggen,
wat zal mijn familie zeggen, wat zullen de mensen zeggen….? Dit was duidelijk
van God. Mijn mogelijke tegenwerpingen vielen in het niet bij het rotsvaste
geloof in God. Gehoorzaamheid aan God brengt altijd zegen. Zonder twijfel
antwoordde ik “De Heer mag met me doen wat
Hij wil, Hem wil ik dienen”. Wat een heerlijk gevoel, die volledige
overgave aan de Allerhoogste. Een gevoel van vrijheid en veiligheid!
Tegelijkertijd voelde het ook alsof ik in een achtbaan zat. De engel had me verteld dat mijn stokoude, kinderloze nicht Elisabeth zwanger was. Haar kind
zou de mensen voorbereiden op de komst van de Messias. Ik MOEST naar haar toe!
En toen ik daar aankwam wist ze het al. Voordat ik iets zeggen kon riep ze het
uit “Daar is de meest gezegende van alle
vrouwen, de moeder van de HEER!” De Heilige Geest was duidelijk in ons aan
het werk! Ik kreeg een lied in mijn hart. De woorden kwamen zonder aarzeling
uit mijn mond. Woorden van God die ik als kind van mijn ouders had geleerd,
mengden zich met woorden van de Heilige Geest in mijn hart.
“Ik prijs de HEER met mijn hele hart
Mijn hart is vol blijdschap.
Mijn God, mijn Redder heeft aan mij
gedacht.
En ik ben maar een hele gewone vrouw!
Mensen zullen vanaf nu mij altijd en
overal bevoorrecht noemen.
Want de Machtige heeft grote,
geweldige dingen voor mij gedaan.
Hij is altijd goed voor mensen die op
Hem vertrouwen.
Hij laat zien hoe machtig en sterk
Hij is.
Wie hoogmoedig is brengt Hij in
verwarring en stoot Hij van de troon.
Maar gewone mensen worden door Hem
verhoogd.
Wie honger heeft zegent Hij, rijken
stuurt Hij weg.
Hij is Zijn belofte niet vergeten!
Hij herinnert Zich wat Hij al aan
Abraham had beloofd,
Tot in eeuwigheid!”
In mijn lied
vind je woorden terug uit mijn favoriete Bijbelboek, de Psalmen. Gods Woorden
maken je sterk. Ze troosten, inspireren en vervullen je met blijdschap en hoop,
in goede tijden en in slechte tijden!
Over die
achtbaan gesproken…hoe moest het nou toch allemaal met de plannen die Jozef en
ik hadden gemaakt? Ik had mijn leven HEEL anders voorgesteld!
Zo echt als
de Blijde Boodschap was, en de blijdschap in mijn hart, zo echt was ook de
moeilijke kant van mijn bijzondere verhaal!! Hoe denk je dat Jozef zich voelde
toen ik vertelde dat ik zwanger was!?
Wat was hij
in verwarring, verdrietig, gedesillusioneerd, teleurgesteld, verbijsterd! Hoe
kon hij ook anders, dan denken dat ik hem ontrouw was geweest. En ondanks mijn
veronderstelde bedrog en slechte gedrag, wilde hij mij niet te schande maken.
Hij dacht in de eerste plaats niet aan zichzelf, maar aan mij! Aan mijn
situatie. De wet schreef namelijk voor dat een overspelige vrouw gestenigd
mocht worden, of dat de man officieel van haar mocht scheiden. Dat was de
grootste schande ooit! Heel het dorp zou je verachten, over je praten. Jozef zette
zijn eigen pijn aan de kant en nam een besluit waarmee hij mij zou ‘redden’,
namelijk de weg vrij te maken voor mij om met de vader van het kind te trouwen.
En zichzelf terug te trekken. Wat een karakter, die Jozef van mij! Het karakter
van een mens komt vaak tot uiting in zijn reactie op het onverwachte.
Wat een
zegen als je man in zijn karakter op JEZUS lijkt. Net als Jozef.
God Zelf besloot
de bijzondere situatie aan Jozef uit te leggen. In een droom. Dezelfde engel
die bij mij op bezoek was gekomen, vertelde Jozef dat de belofte nu in
vervulling ging komen. Jozef trouwde met me, nam me in zijn huis, maar had geen
gemeenschap met me, tot na de geboorte van de Zoon van God.
Ons huwelijk
werd een reis met veel hoogte en diepte punten!!!
We waren
goed en wel aan het idee gewend dat ik zwanger was van de Zoon van God, de
Messias (voor zover je daaraan kunt wennen…!) of onze nieuwe plannen werden
weer volledig op de kop gezet. We hadden net een routine ontwikkeld van
getrouwd zijn, huishouden doen, timmeren in de werkplaats, samen eten…of er
werd een groot gebod afgekondigd van keizer Augustus in Rome. Iedereen moest
zich gaan laten inschrijven in de plaats waar die oorspronkelijk vandaan kwam.
Voor de grote volkstelling. De keizer wilde weten hoeveel belasting betalende
onderdanen hij had. Er werd geen rekening gehouden met persoonlijke
omstandigheden.
Jozef en ik leerden om niet aan Gods timing te twijfelen, anders zou je in paniek kunnen raken. We pakten de hoognodige dingen in, vooral veel doeken.
Jozef keek nog een keer naar zijn werkplaats en daar gingen we. Op weg naar
Bethlehem. De stad van David, onze voorvader. Gehoorzaam aan de keizer van
Rome. Maar ook, gehoorzaam aan het plan van de Allerhoogste!
Natuurlijk
dacht ik tijdens de lange voettocht, na over de bevalling. Hoe moest het toch
zonder moeder naast me. Ik kende niemand daar in Bethlehem. Zouden we wel een
geschikt plekje vinden voor ons verblijf? Zo’n volkstelling duurde wel even.
Nog veel meer vragen kwamen in me op. De Allerhoogste zou vast wel een mooi
plan hebben voor de geboorte van Zijn eigen Zoon!
Maar wat een
onbegrijpelijk plan! We kwamen na een vermoeiende voetreis van een paar dagen eindelijk in
Bethlehem aan. Wat was ik moe! Wat deed mijn rug pijn! Ik verlangde naar rust! Een
douche en een bed. Een keuken om vers brood te bakken voor mijn lieve Jozef. We
klopten aan, vroegen of er een plekje voor ons was. Er was geen plaats,
nergens. Ik zag de groeiende bezorgdheid op Jozefs gezicht. Hij wilde niet
falen als man. Hij wilde een veilig en comfortabel plekje voor me vinden. Het
ondenkbare werd waarheid; we kregen de dierenverblijfplaats aangeboden. Een
stal! Ik kan je niet vertellen welke emoties er door me heen gingen. Dit kon
toch Gods bedoeling niet zijn! Ik hoopte nog op een wonder en bedacht he God
een oplossing kon geven. Een stal, dat kon toch Gods bedoeling niet zijn?! Een
groot dieptepunt! Die nacht, op de grond, in het stro, op een meegebrachte
doek, beviel ik van mijn zoon, van Gods Zoon. Geen moeder die me bemoedigde,
geen vroedvrouw die me hielp. Geen bed met schone lakens, geen badkamer met
water en zeep…Ik beviel van mijn eerste kind. God was erbij, dat was Zijn
oplossing.
We kregen
trouwens bijzonder kraambezoek. Nee, niet de koning of de burgemeester, ook
geen familie, maar HERDERS! Regelrecht uit de velden van Efratha. Hoe ze het
wisten? Gabriel, de engel die mij en die Jozef het Blijde Nieuws had gebracht,
kwam ook bij die herders op bezoek. Je hoeft niet hoog op de maatschappelijke
ladder te staan om door de Allerhoogste God te worden opgezocht en gezegend.
Het is me opgevallen dat God vaak juist met hele gewone, eenvoudige mensen omgaat. De herders hoorden engelen zingen. Zonder
twijfel geloofden ze het ongelooflijke; de Messias, geboren in een stal, uit
een jonge eenvoudige maagd uit Nazareth.
We vonden
gelukkig een huisje in Bethlehem. Voor wie denkt dat het leven toen ‘normaal’
werd…We kregen op een dag hoog bezoek. Vreemdelingen klopten aan. Ze kwamen uit
het buitenland. Ze zagen er bijzonder uit. Jezus kon inmiddels lopen, met
vallen en opstaan. De mannen knielden bij mijn peuter neer en gaven hem dure
geschenken. Ik was een beetje bang. Wat wilden deze vreemdelingen van Hem? Ze
vertelden over de aanwijzingen in de sterren, over een nieuw geboren koning.
Over hun zoektocht in Jeruzalem, de aanwijzing uit de profeet, de ster die
boven ons huis stil stond….Er was voor mij geen twijfel mogelijk. Het nieuws
van Jezus, de Messias was voor alle volken. Direct na hun vertrek kreeg Jozef een
droom met een opdracht. We moesten vluchten. Diezelfde nacht nog!! Opnieuw
moest ik m’n huis verlaten. Er was geen tijd om buren gedag te zeggen of
spullen in te pakken. Herodes was bang geworden voor concurrentie in zijn
paleis. Hij gaf zijn leger opdracht om ieder jongetje onder de 2 jaar in
Bethlehem te doden. Nog voor de soldaten met zwaarden door de straten van
Bethlehem marcheerden, zagen wij de zon opkomen boven de kale bergen in de
woestijn. Op de vlucht! Naar Egypte! Een dieptepunt!
De derde
verhuizing binnen korte tijd. Deze keer zelfs internationaal. Het betekent
verlies. Alle vertrouwde mensen en dingen vallen weg. Relaties met familie en vrienden.
Taal, cultuur, geloof en tradities. Maar er is ook winst. Ik heb geleerd dat
God betrouwbaar is en genoeg is. Je denkt soms zoveel nodig te hebben om te
leven, maar als al die mensen en dingen je ontvallen houd je God over. In
plaats van uren te kletsen met buurvrouwen of zussen bracht ik veel tijd door
in gebed. Veel profetieën kwamen in mijn herinnering. Ook Egypte hoorde bij dat
onbegrijpelijke verlossingsplan van God. Het leven in Egypte was niet
makkelijk. Ik begreep de taal niet, ik zag veel afgoderij, de gebruiken waren
anders en men vond ons raar. Jozef deed zijn best, maar we hadden het niet
breed. We hadden weinig contacten, het was vaak eenzaam! Maar als Jezus bij
Jozef op schoot leerde bidden en bij mij op de keukenvloer stond te dansen wist
ik dat het goed was. Ik liet mijn eigen plannen los. Ik gaf me steeds opnieuw
over aan God. Zijn wegen met ons zijn vaak anders dan wij verwachten.
Op een nacht
kreeg Jozef opnieuw een droom waarin God hem vertelde dat het veilig was om
terug naar Israël te keren. Koning Herodes was overleden. Opnieuw loslaten. En
zo gingen we weer op reis. De engel vertelde dat we terug naar Galilea, naar
Nazareth konden gaan. We zouden weer thuis komen!
Veel dingen
waren nog helemaal hetzelfde gebleven.
De mensen verwachtten van ons dat we gewoon weer helemaal zouden passen.
Het leven doen zoals iedereen het altijd deed. In zekere zin deden we dat ook,
ook al waren wij innerlijk best veranderd. Jozef ging weer timmeren. Ik deed
het huishouden. Jezus groeide op. We kregen nog meer kinderen. Vier zonen en
een aantal dochters. Het werd druk in huis. Ik zag groot verschil tussen Jezus
en de andere kinderen. Ik had nooit last van een dwarse peuter gehad die alleen
maar nee zei, tot onze tweede een peuter werd. Brutale monden,
ongehoorzaamheid, zeuren, huilen, ruzie maken met elkaar, schelden, elkaar pijn
doen….Ik praatte wel eens met buurvrouwen over opvoeding. Hoe moeilijk en
vermoeiend het vaak was. En als ik liet
merken dat Jezus echt anders was trokken ze hun neus op. Perfecte kinderen
bestonden niet. Punt. Maar in mijn hart wist ik de waarheid.
Een keer
vergiste ik me verschrikkelijk. Dacht ik Jezus te betrappen van
ongehoorzaamheid. Dat was tijdens ons bezoek aan de tempel in Jeruzalem. Jezus
was twaalf jaar geworden, groot feest in een joods gezin. Hij werd ‘zoon der
wet’. Hij was tijdens het feest in de tempel achtergebleven terwijl wij weer
terug gekeerd waren. Jezus loopt vast ergens in de massa mee, dachten we. Dat
bleek niet zo te zijn. Wat waren we bezorgd toen we hem na twee dagen zoeken
nog niet gevonden hadden!! Maar we waren ook boos. Hij kon toch wel weten dat
hij met ons weer terug moest? Toen we hem eindelijk vonden in het gezelschap
van de schrift geleerden, kwam mijn boze
woord eruit. “Kind, wat heb je ons aangedaan?!” Dat was het moment dat Jezus benadrukte
wie Hij was, de Zoon van God. Hij was daar bezig met de dingen van Zijn Vader.
Wat een les voor mij, ook al was Hij mijn zoon, Hij was in de eerste plaats
Gods Zoon. Hij ging toen trouwens gewillig met ons mee terug naar Nazareth. Wat
een onwaardig dorpje eigenlijk, voor de Zoon van God, om daar op te groeien. Maar
God had het zo bedacht. Ik dacht veel na over de gebeurtenis in Jerusalem. Ik
moest leren loslaten. Een van de moeilijkste dingen voor een moeder, denk ik.
Jozef had in
zijn werkplaats veel steun aan Jezus. Hij bleek leergierig en handig. Tijdens
het timmeren spraken ze veel over God. Jozef was trots op Jezus. Alsof het zijn
eigen zoon was. We hadden een vrij normaal gezinsleven. Ook wij leden onder het
juk van de Romeinen. De belastingen waren hoog, we moesten op de kleintjes
letten. Het was keihard werken om een gezin van negen personen iedere dag te
voeden en te kleden! Vrije tijd had ik niet veel.
Jezus werd
volwassen. Alles in Zijn gedrag, Zijn woorden, Zijn houding bevestigde voor ons
dat Hij bijzonder was. Anders. Perfect. Maar de meeste mensen in ons dorp
ontkenden het. Ik kon niet wachtten tot Jezus eindelijk duidelijk daden ging
verrichten. Ik werd soms ongeduldig. En dacht bij mezelf; kom op lieve Zoon,
sta op en laat aan de mensen zien Wie je bent!
God leerde me wachten. Gods tijd is de beste. Jezus had kreeg een groep
trouwe vrienden waar hij veel mee optrok. De meesten waren getrouwd, Jezus
niet.
Eindelijk,
eindelijk werd duidelijk voor de mensen wat ik altijd al had gezegd. Op een dag
waren we allemaal uitgenodigd op een bruiloft in de buurt. Ook Jezus en Zijn
vrienden. Het was gezellig en groots. Ik ontdekte echter dat er een probleem
was ontstaan, de wijn was bijna op terwijl het feest nog lang niet voorbij was.
Het zou voor het bruidspaar een schande zijn als er geen wijn meer geschonken
kon worden. Ik hoopte dat dit het moment was waarop Jezus kon laten zien dat
Hij God was. “Ze hebben geen wijn meer” zei ik langs mijn neus weg tegen Jezus.
Hij snapte de hint, maar zette me op mijn plaats. “Mijn tijd is nog niet
gekomen”. Ondanks Zijn reactie vertelde ik de knechten, te doen wat Hij zou
zeggen. Inderdaad, niet lang erna moesten ze van Jezus de lege watervaten
opnieuw vullen. En weet je wat er gebeurde? Ik krijg nog kippenvel als ik er
aan denk! Het water veranderde in de beste wijn die ooit geproefd was. Het
feest kon doorgaan, het bruidspaar werd de schande bespaard en wij waren
allemaal getuige van Jezus eerste openbare wonder.
Na die
gebeurtenis moest ik Hem steeds meer loslaten. Mijn rol als moeder veranderde. Ik
werd Zijn volgeling die Hem nodig had voor mijn verlossing. Jezus kreeg het
ontzettend druk. Massa’s mensen liepen achter Hem aan. Hij genas zieken, wierp
duivelen en demonen uit, wekte zelfs doden op tot leven, preekte en sprak over
het Koninkrijk van God. Er kwam ook steeds meer weerstand. Hij kreeg vijanden,
vooral in de geestelijke hoek. Leiders waren bang dat Hij meer aanhang kreeg
dan zij. Ze waren bang voor hun positie. Ze probeerden fouten te vinden waarop
ze Jezus konden bestraffen. En die vonden ze, dachten ze. Jezus zei dat Hij God
was. Dat was een stap te ver. Dat was in hun ogen blasfemie. Hoe kon een man,
zoon van een doodgewone timmerman uit Nazareth, God zijn?! Onbestaanbaar. Stond
het niet in het Woord dat God EEN is?! Zagen ze dan ook niet dat Hij iets had,
dat niemand anders had?! Het werd gevaarlijk voor Jezus. Hij verborg Zich wel
eens, zocht eenzame plekken op, vermeed Jeruzalem.
Nu komt het
moeilijkste stuk uit mijn leven. Een DIEPTEPUNT dat HET HOOGTEPUNT van de
wereldgeschiedenis werd.
Het
Paasfeest kwam eraan. Jezus was 33 jaar. In de kracht van Zijn leven. Nog maar
3 jaar in openbare bediening. Ook Hij was, met Zijn leerlingen, naar Jeruzalem
gegaan. We hielden allemaal ons hart vast. Was dat nou wel zo verstandig?
Iedereen wist dat de geestelijke leiders naar Hem opzoek waren om Hem te
vermoorden. Ik heb Hem nog proberen over te halen om niet te gaan. Maar Hij
ging. En tijdens dat Paasfeest in Jeruzalem ging alles mis, tenminste, voor ons
idee. Ooit zei een oude man tegen mij, toen Jezus nog baby was, dat er een
zwaard door mijn ziel zou gaan. Het was waar. Jezus werd door een van Zijn
eigen leerlingen, aan de geestelijke leiders verraden. Door de rechters
vrijgesproken maar vogelvrij verklaard. Als een crimineel vastgebonden,
gemarteld en uiteindelijk aan een kruis gespijkerd. Ik stond erbij. Ik heb het
zien gebeuren. Ik kon Hem niet beschermen en helpen. Ik hoorde Zijn laatste
worden. Terwijl Hij de ergste pijnen leed wees Hij mij een andere zoon toe,
Zijn vriend Johannes. Mijn rol als moeder van Jezus leek voorbij. Ik was diep
verdrietig en ontroostbaar toen Hij Zijn laatste adem uitblies. De zwartste dag
uit de geschiedenis. Was het nu dan allemaal voorbij? Was dit het
verlossingsplan van God? De overheersing van de vijand, de Romeinen, was zowaar
alleen maar erger geworden. Ik was in de war, en een heleboel mensen met mij.
Dit kon het einde niet zijn! En toch, daar hing Hij. Dood. Ik ben de enige die
bij de geboorte en bij het sterven van Jezus was.
Hij werd
diezelfde dag van het kruis gehaald en in een nieuw graf gelegd. Met een steen
en wachters ervoor zodat zijn lichaam niet gestolen kon worden. Het werd
sabbat, dus iedereen moest naar huis. Ik kon die nacht niet slapen. Het beeld
van mijn stervende Jezus, bloedend aan het kruis stond op mijn netvlies
gebrand. Wat hield ik van Hem. Ik worstelde met mijn geloof in Gods goede plan.
Tot nu toe was alles anders gelopen dan we ooit hadden kunnen denken. Geboren
in een stal, gestorven aan een kruis!
Maar mijn
verhaal stopt hier niet. Na een zeer stille en verdrietige sabbat brak de
eerste dag van een nieuwe week aan. Samen met andere vrouwen ging ik naar het
graf om het lichaam van Jezus te balsemen. Nog nooit waren we zo verbaast
geweest. We troffen een leeg graf aan, de steen was weggerold. Een engel stond
bij de ingang en herinnerde hen aan Jezus eigen woorden. “Hij is opgestaan, precies zoals Hij gezegd heeft!” Wij, vrouwen,
waren de eerste getuigen van de levende Jezus!
Het nieuws
ging als een lopend vuurtje door de stad en door het land. De laatste vijand, de
dood, was overwonnen.
Heel veel
mensen zijn tot geloof in Jezus gekomen. Jezus heeft Zichzelf aan verschillende
groepen mensen laten zien, daarna is Hij naar de hemel gegaan. We zijn met een
groep gelovigen naar Jeruzalem gegaan. Daar kwamen we elke dag samen om te
bidden. We waren nog nooit zo eensgezind geweest. Je zou denken dat er een
grote leegte was gekomen. We ervaarden juist Gods aanwezigheid als ooit
tevoren.
Op het
Pinksterfeest werden we op een bijzondere manier vervuld. Het was de Heilige
Geest. Hij woonde al vanaf mijn jonge jaren in mij, maar ik kreeg meer inzicht
in Gods plan en Zijn wil. Na de gebeurtenis rondom de uitstorting van de Heilige
Geest lees je niets meer over mij. Het gaat ook niet om mij. Het gaat om de
Zoon van God, waarvan ik moeder mocht zijn, maar in Wie ik vooral mocht gaan
geloven. Een nieuw tijdperk was aangebroken. Gods Koninkrijk, voor iedereen. Voor
timmermannen, herders en vissers. Voor vreemdelingen. Voor eenvoudige vrouwen
zoals jij en ik.
Jezus,
Redder van de wereld!

Geen opmerkingen:
Een reactie posten