8 oktober 2012

tropenjaren...


Wikipedia zegt het volgende over een tropen jaar:
Een tropenjaar is een jaar dat voor de berekening van pensioenopbouw voor twee telt. De uitdrukking komt uit de koloniale tijd. Uitgezondenen naar bijvoorbeeld Nederlands-Indië mochten ieder jaar dat zij daar werkten dubbel tellen voor hun pensioen. De uitdrukking wordt nog wel gebruikt om aan te geven dat iemand een jaar achter de rug heeft dat wel erg zwaar was. Tot zover wikipedia...
In het engels vertaalt men het begrip ‘Tropenjaren’ simpelweg met ‘hard days’. Ik heb er over na zitten denken, tussen de vermoeiende kleinigheden door.
Je wilt op een dag eerst brood en cake bakken voor het weekend, een witte en een bonte was draaien en ophangen, vervolgens zondagschool materiaal op internet zoeken en versturen naar de verschillende medewerkers, met de auto de wekelijkse boodschappen gaan doen op de markt in de stad, een warme maaltijd koken, een vergadering houden met vrijwilligers voor het vrouwen project, de kinderen helpen met hun schoolwerk en iedereen (laten) douchen voor de bijeenkomst vanavond.
Op het moment dat ik het brood heb staan rijzen boven op de koelkast en het beslag voor de cake in de vorm giet gaat het bekende piepje...de stroom valt uit. Zucht! Dat betekent dat alle kostbare ingredienten verloren gaan of....ik mijn houtskool ‘ovenpan’ tevoorschijn moet halen. Dat laatste dan maar. Handen zwart, houtskool in het vuurkorfje, vuur maken (dat kost me een half pakje lucifers), gietijzeren pan erop heet laten worden, cake beslag overgieten in een ronde vorm die in de gietijzeren pan past, bakken en steeds maar kijken of het niet aanbrandt (temperatuur valt niet te reguleren). O, ja, de was die ik aan had gezet zit dus vast in de machine en zolang er geen stroom is zit dat ding op slot. De bonte was moet maar op de hand want al die stoffige en zweterige kinder kleren kun je niet lang in de mand laten liggen.
Zondagschol materiaal moet ik van mijn agenda schrappen, doorschuiven naar...de dag dat de stroom terug komt. Boodschappen doen dan maar, op het heetst van de dag heeft niet mijn voorkeur maar het kan vandaag niet anders. Vermoeiend altijd de markt...al die opdringerige koopmannen die soms de komkommers gewoon in je mand proppen en de prijs erbij roepen. Sorry, ik hoef geen komkommers vandaag en ik wil graag zelf mijn producten uitkiezen! Hetzelfde herhaalt zich nog zes keer.
Heerlijk, er is broccolie!!! Dat is mijn ‘even makkelijk doen’ groente. Cees zegt soms, kun je niet even wat makkelijks doen? Ja dat kan, als ik tenmiste zelf van te voren kant en klare maaltijden maak en invries, dan kan ik die op zo’n ‘doe es makkelijk dag’ uit de vriezer halen. Bezweet en met verschrikkelijk vieze handen en voeten kom ik, na een paar politie stops (men controleert hier veelvuldig op waar je naar opweg bent...) terug van de markt.
Thuisgekomen is niet alleen de stroom uit maar komt er ook geen water uit de kraan. Gelukkig had ik een emmer gevuld. Daar zullen we het de rest van de dag mee moeten doen. Groenten wassen en datzelfde water ook maar om de handen mee te wassen en vervolgens de wc mee door te spoelen. Er blijft nog een halve emmer water over om 6 mensen mee te wassen, ieder een schaaltje water en een washandje. Het zou niet zo erg zijn geweest als we gister en eergister wel water hadden gehad...3 dagen niet douchen is voor mij wel een kleine beproeving.
Er wordt geklopt. Het kindje van de tuinman is plotseling ziek. Zo te zien heeft ze een fikse malaria aanval. Precies zoals Mozes een jaar geleden. Stuiptrekkend ligt ze in zijn armen. Vliegensvlug geef ik de grote kids instructies voor hun schoolwerk, prop de kleine jongens in hun auto stoeltjes en rij met vliegende vaart de tuinman met zijn kindje naar de kliniek. Ze heeft zo snel mogelijk medicijnen nodig. Ik bel mijn collega, sorry, ik kom te laat op de vergadering. Gelukkig zal Cees spoedig thuis komen, dan kan ik alle kids bij hem achter laten...nee dus.
Als ik thuis kom belt hij me. “Heb je mijn berichtjes niet gekregen?” “Nee, het netwerk was blijkbaar niet goed. Wat is er?”  Van zijn dagplanning is ook al niet veel gekomen. Dagelijks wordt er een beroep op onze flexibilitijd en inprovisatie gedaan. Boeiend, maar ook vermoeiend.
Aan het eind van de dag, als alle kids op bed liggen evalueren we bij kaarslicht de dag en bespreken we de dag. Geen van beiden hebben we ons lijstje afgewerkt, en toch zijn we moe.
Weet je, eigenlijk kun je niet in woorden uitdrukken wat een tropenjaar echt inhoudt, dat moet je ervaren! Woon en werk voor minstens een jaar dicht bij de evenaar. Het liefs met een gezin en kinderen in verschillende leeftijden! Als ik bedenk dat we in realiteit nog niet eens zeven jaar in Africa wonen en werken klinkt het nog maar zo kort. Het voelt soms alsof het er wel 14 jaar zijn.
Tropenjaren tellen dubbel. Hoe oud ben ik dan eigenlijk? 2x10 plus 2x6,5 is 33 plus 18 gewone is 51! Als tropenjaren dubbel tellen, geld dat niet alleen de ‘negatieve’ kant op, ook de positieve. De ervaringen die je tijdens tropenjaren opdoet zijn een verrijking aan je leven. Volgende keer daar wat meer over.
Terwijl mijn familie en vrienden inmiddels met maillots, laarzen en dikke herfstjassen rondlopen, ga ik zo met mijn dochter, zo luchtig mogelijk gekleed een rondje lopen en kunnen mijn kleine jongens nog lekker even in het badje rondplonsen. In oktober...





16 juli 2012

Rondje wereld

Het kostte de immigratie ambtenaren zo’n 80 minuten om uit te vogelen dat we geen ongewenste bezoekers waren. We mopperen altijd zo op de zgn ‘Afrikaanse’ werkwijze van ambtenaren maar bij de grensovergang Amerika-Canada relativeerden we dat flink. Ze kunnen er hier ook wat van! Ons verhaal week in alle opzichten af van een doorsnee reiziger bij de grenshokjes. Ten eerste gaven we Europese Paspoorten af, reden we in een Canadese auto (die ‘s ochtens door een Canadees was afgeleverd aan ons in Grand Rapids). Op de vraag ‘waar wonen jullie’ antwoordden we uiteraard ‘Afrika’, de wenkbrauwen gingen nog een stukje omhoog. ‘Wat doen jullie hier?’  ‘We bezoeken onze zendende kerk’… de ambtenaar bladerde nog eens door alle zes de paspoorten en pakte de telefoon. We werden naar het immigratie kantoor gestuurd waar meer mensen stonden toe te kijken hoe al hun bagage werd afgesnuffeld door honden en doorgespit door agenten. We werden bestookt met vragen zoals ‘met welke maatschappij vliegen jullie?’ Deze keer waren de tickets van een Indiaase maatschappij het goedkoopst dus de onbekende naam voegde niet veel meer geruststelling toe aan ons verhaal. ‘Je bent in New York aangekomen en je vertrekt uit Toronto?’. ‘That’s right, sir!’…en toen begonnen onze kinderen vervelend te worden, brulden het hele kantoor bij elkaar van oververmoeidheid…toen stonden we binnen 5 minuten buiten en mochten we gaan.

Tot nu toe verloopt onze reis goed! We zijn over het algemeen gezond (genoeg om te reizen) en onze kinderen zijn gelukkig heel flexibel en ‘outgoing’. Op 19 juni vertrokken we uit Malawi (Joas al overgevend), verbleven 2 dagen bij Cees’ ouders, reisden verder van Brussel naar New York, logeerden een weekend bij HRC kerk leden, kampeerden een week met gezinnen van onze zendende kerk (zacht gezegd een ‘challange’ als je alle zes in een andere fase van jet-leg en toch ook wel weer een beetje cultuur schok zit… en het regent dan ook nog eens…), weer een week logeren, een conferentie gedaan (voor kinderen een apart programma), gepreekt, auto gehuurd en 12 uur gereden naar Grand Rapids, gesproken op jongeren conferentie, presentatie in de gemeente gedaan (de kleintjes zochten nog steeds naar de ‘grand rabbits’ toen we ons boeltje weer inpakten (duurt ongeveer 100 minuten) en met een Canadese auto naar Canada gereden. De kinderen kennen de presentatie nu uit hun hoofd. Ze logeren bij volkomen onbekenden, wij met de kleintjes bij een deputaat. Morgen pakken we ons boeltje weer in en trekken verder naar Jordan, we hopen behalve de presentatie te geven ook de Niagara Watervallen te bezoeken. En dan hopen we woensdag weer een vliegtuig te boarden, naar Brussel waar we blew worden opgehaald door mijn ouders…aftellen dus. Naast alle vermoeidheid doen we er allemaal dan toch ook weer mooie nieuwe contacten op en de sociale vaardigheden van de kids zijn buitengewoon. Grijze mensen worden gelijk met opa of oma aangesproken (wat ze natuurlijk onweerstaanbaar vinden) en verder denken die kleintjes dat het leven voortaan bestaat uit logeerpartijtjes, zwembaden, hamburgers en allemaal lieve mensen om hen heen… Niet helemaal realistisch dus... Hoe moet dat toch straks thuis in Malawi weer?

26 mei 2012

Begrafenis bij de buren


Het is nog vroeg, zes uur, vanmorgen. Ik word wakker met koormuziek. Droom ik nog? Bij het aankleden hoor ik het nog steeds, prachtig accapella. Als we het hek uit rijden om de kids naar school te brengen zien we boomtakken op straat liggen. We weten genoeg. Er is iemand gestorven bij onze linker buren. Uren lang word er gezongen, mensen komen af en aan. Cees en ik gaan ook, niet voor ik een waardige chitenge (wikkelrok) om heb gedaan. Dat is essentieel, een teken van respect. We gaan ook maar ergens op de grond zitten. De 84 jarige vader van de buurvrouw is gestorven. Zij, als oudste is verantwoordelijk voor de begrafenis. Al wonen deze malawianen al lang niet meer in een hut, ineens gelden de oude regels weer. Alle meubels zijn uit het huis gehaald en overall liggen nu traditionele matten op de grond. De vrouwen zitten daarop, met hun benen recht vooruit. Zo’n houding houdt ik maar even vol. 

Het zingen duurt voort, prachtig vier stemming. Wij kennen de liederen ook. Alle christenen, van welke denominatie ook, zingen hier uit de zelfde liedbundel. Chichewa hymns, daar zongen we in Zambia ook altijd uit. Onze buren zijn catholiek, de vader was 7de dag Adventist, wij gereformeerd. Kun je nagaan hoe we in kerkelijk Nederland met zangbundels omgaan. Een luxe problem, net zoals welke bijbel vertaling je gebruikt. Hier is maar 1 vertaling, de oude Chichewa vertaling in gebruik, of je nu in een charismatische, evangelische, gereformeerde of andersins achtige kerk thuis hoort.

Terwijl wij op een gegeven moment weer naar huis gaan houdt het zingen nog altijd aan. Niet door dezelfde mensen, het is een komen en gaan. Je gezicht laten zien en een poos meezingen is vergelijkbaar met onze condoleance gewoonte.  Onze slaapkamer ligt 3 meter van hun woonkamer vandaan dus val ik s avonds weer inslaap met koormuziek op de ‘achtergrond’. Om 1 uur houdt het op. Velen die van ver zijn gekomen blijven slapen, niet binnen maar buiten, gewoon precies zoals het in de traditionele dorpjes ook gebeurd. Veel mensen krijgen na een begrafenis malaria.

De volgende morgen begint het zingen weer, heel stichtelijk. Dan opens is het tijd voor het klagen, dat is de rol voor de vrouwen. Het ‘huilen’ is op grote afstand nog te horen. De mannen roepen zo nu en dan een phrase over de gestorvene. ‘oh, vader, hoe kunnen we nu toch verder zonder u?’ Ondertussen moet er ook voor eten worden gezorgd. Ieder lid van de gemeenschap is geacht iets bij te dragen, brandhout, maismeel, groente, doeken of geld. Achter alle oprechte symphatie schuilt toch ook nog het oude idee van je eigen onschuld aan het sterfgeval bewijzen. Gemengde gevoelens voor familie en buren; liefde en vrees. Je respect en liefde laten zien door geestelijke liederen te zingen en iets te schenken. Dan  ook mee naar het graf om de geest van de overledene ‘uit te zenden’ zodat het je nooit op een negatieve manier zal achtervolgen. 

Waarom gaan wij dan ook op bezoek en brengen we een zak maismeel? We willen onze vriendschap tonen en niet onverschillig overkomen, hoe anders we het zelf dan ook gewend zijn. Twee dagen lang van 6 uur smorgens tot 1 uur snachts zingen vind ik wel wat lang. Toch kan ik me voorstellen dat als je in een niet-pricacy maar een gemeenschaps cultuur thuis hoort, steun ervaart van zingende buren en kerk leden.

16 april 2012

De mug en de vis

Pasen

Twee weken Paas vakantie gehad met de kids. Soms lastig om dingen te bedenken om te doen. Je hebt hier niet veel. We waren blij met het Church camp dat in het Paas weekend viel. Met zo’n 8 gezinnen van de gemeente zijn we naar een stuk bos geweest een uur hier vandaan. De zeebra’s keken wel gek op dat er zomaar ineens allemaal tenten uit de grond kwamen zetten. Een uitdaging was het wel om gewoon in de bush, geen electriciteit en andere voorzieningen, een paar dagen te bivakkeren. Er waren 3 sprekers uit de VS gekomen om ons en onze kinderen als het ware op te laden. We stonden stil bij Romeinen 4-8. Het was prachtig zo onder de sterrenhemel. De kleine jongens sliepen ook best, op hun matje naast ons na zo’n dag rond struinen in de bush! Omdat Rhode en Joas dat weekend ook jarig waren hebben we ze nog een paar daagjes mee naar het meer genomen, nog een uurtje verder. Voor weinig geld kunnen we dan in een oud maar prima huisje in de duinen verblijven. Het water was heerlijk, zelf voor mij, de kou-kleum van de clan. We werden wel even met onze neus op de feiten gedrukt...

 

De aap en de vis

Kennen jullie dat verhaaltje? Een aap ziet een vis tegen de sterke stroom op zwemmen. De vis komt niet vooruit. De aap denkt dat de vis te moe is en rust nodig heeft. Aap vangt de vis, legt hem op de oever. Eerst spartelt de vis nog maar spoedig komt de vis tot diepe rust. Aap heeft echt het gevoel dat hij de vis gehopen heeft. Een illustratie van zendings / hulp organisaties die met goede bedoelingen initiatieven nemen maar in plaats van helpen schade berokkenen.

 

 

Dan heb ik nu mijn eigen verhaaltje dat helaas op waarheid berust.

 

Mug of vis

Er wordt een grote sponsor actie gehouden. Kinderen rennen of zwemmen( kilo)meters af om zoveel mogelijk geld op te halen. Opa’s en oma’s, ouders, buren, gemeente leden, zakenmensen schrijven hun namen op de sponsor lijsten met de bedragen per (kilo)meter erbij. Van de geweldige opbrengst worden namelijk muskieten netten gekocht en uitgedeeld aan de arme mensen in Afrika waar Malaria ‘killer number one’ is. De netten worden gekocht en via via gedistribueerd aan de mensen die aan de kust van het meer wonen. Daar heest de meeste Malaria vanwege de lage ligging. Dorpelingen ontvangen de netten met grote blijdschap. Met man en macht worden al die netten aan elkaar genaaid. 8 vissers srpingen in hun boot, varen een stuk het meer op, gooien het enorme net uit, roeien aan land en trekken met 2 teams het net aan land. Honderden piepkleine visjes spartelen in het net, maar 5 grote vissen zitten bij de oogst. Of ik een kilootje wil kopen? “Gooien jullie die baby visjes niet terug? Nu heb je 20 visjes nodig per persoon, over 6 maanden kan je daar 20 mensen mee voeden!” Ja, ze snapten me wel, maar vandaag hadden ze honger dus alle visjes verdwenen in de pan.

We lazen laasts het boekje “When helping hurts”, een aanrader voor iedereen die anderen wil helpen (cross cultureel). Wat gaat er helaas veel mis op dat gebied! Geheim is denk ik,  oa. lijntjes heel kort houden. Er valt nog veel meer over te zeggen uiteraard!

 

Boodschappen

En toen de kids vanmorgen weer naar school gingen was het hoog tijd voor een taalles (daar kom je niet aan toe als je 4 kids om je heen hebt dwarrelen) en uiteraard....BOODSCHAPPEN. Ja, voor een 6 persoons huishouden waar ook zeer regelmatig gasten mee eten gaat er heel wat om! Met 50.000 Kwacha ging ik om 10 uur weg van huis. Eerst naar de markt, daar zou ik een hoofdstuk Opdringerigheid over kunnen schrijven (heel anders als in Zambia) maar dat doe ik nu niet. Wat wel heel gaaf was, er was bloemkool!!! Het is vanavond dus even feest aan tafel. In Chewu, een dorp 2 uur hier vandaan is het klimaat geschikt voor dat soort groenten. De kaassaus denken we erbij, hoewel... Cees is bijna 1 keer per maand in Zambia en dan doet hij gelijk boodschappen (aangezien er hier in Malawi tekorten zijn en komen aan allerlei producten). Behalve suiker heeft hij ook een paar blokken kaas gekocht, dus: Bloemkool met kaassaus! We zijn Hollanders of we zijn het niet?!

Toen naar Shoprite, de supermarkt. Veel vakken zijn leeg tegenwoordig maar ik kon er nog prima limonadesiroop, blikjes tonijn, zeep en ketchup kopen. Op naar Bowers, een Zuid Afrikaans winkeltje waar ze gelukkig nog rijstwafels verkopen (mijn dagelijks brood). De heuvel op naar Santa Plaza voor een paar dozen melk , even om de post, dan nog brood kopen bij Foodzone (ja echt, bruinbrood!) en toen was het alweer tijd om Rhode van school op te halen. Cees ontfermde zich inmiddels over de kleine jongens. De temperatuur in de auto was nogal gestegen tijdens al die uren en de chineese kool las verlept boven op de andere markt producten. Op de hoek van onze straat nog even bananen en annanassen door het open raampje kopen (drive through)o ja, Cees vroeg nog om Talktime (bel tegoed) en dat verkopen ze in het muurshopje in dezelfde straat...Thuis! Lege portemonnee. Uitladen maar. Het was 12.50 uur. Lunch eten, jongens naar bed, Rhode helpen met huiswerk, kamer opruimen, blog schrijven, jongens uit bed vissen, Joas ophalen van school, eten koken, eten (ook een hoofdstuk op zich, k zou er de titel Herrie boven kunnen zetten), iedereen badderen, schooltassen klaarmaken voor de volgende dag, kinderen naar bed doen met bijbehorende rituelen, even emails checken, was aanzetten, lezen, bidden, SLAPEN!

 

Weltrusten!

 

Mirjam

 

 

21 maart 2012

Wachten in Malawi


Wacht en wees sterk!

“Wacht op de HEERE, wees sterk, en Hij zal uw hart versterken.”  Psalm 27
                                                               
“De Heere is mijn licht,” zijn Davids openingswoorden. Als dat zo is zit je tenminste niet in een donkere wachtkamer. Dat is maar goed ook want wachten kan moeilijk zijn.
Het eerste deel van psalm 27 is een getuigenis van wie de Heere is. Omdat Hij onze levenskracht is en ons laat schuilen in Zijn veilige woning hoeven we ons geen zorgen te maken.
Hoe komt het dan dat wij, gelovigen, ons toch vaak  zorgen maken? Misschien laten we ons niet genoeg de moed door Hem inspreken, en wachten we niet gelovig op Zijn daden. We zijn vaak van die doe-het-zelvers. Laten we David’ s voorbeeld opvolgen. Hij zoekt Gods aangezicht en vraagt om Zijn leiding. David spreekt zichzelf de moed in, maar niet met een goedkoop ‘kop op’ of ‘houd je taai’. De woorden aan het eind van de psalm róepen het gewoonweg uit: “Wacht op de Heere, wees sterk en Hij zal uw hart sterk maken; ja, wacht op de Heere!”
Op welke dingen wachten we? De ware Jakob in ons leven, verlossing van vijanden, de bekering van een familielid, genezing, weten wat Gods wil in ons leven is, een kindje? Vul het voor jezelf maar in. Brengen we het in geloof bij Hem en laten we het daar?
In deze psalm is het een opdracht, wacht! We moeten op God wachten met het verlangen ons aan Zijn wil te onderwerpen. Hij weet echt wat het beste voor ons is. Het kan een beproeving voor ons zijn, maar het wordt beloond. God zal ons hart sterk maken.
Soms is de tijd in de wachtkamer al een zegen op zich, als het Licht maar brandt…!

Dit dagboekstukje schreef ik vorig jaar voor het dagboek Sprankelend (info). Een paar maanden na het tikken van dit stukje belandden we zelf in de ‘wachtkamer’. Geen wachtkamer met comfortabele stoelen, een koffie automaat en tijdschriften om de tijd mee door te komen. De wachtkamer is groot en voor ons soms zo onoverzichtelijk. Veel is anders, alle gezichten zijn nieuw en het licht gaat letterlijk heel vaak uit. In deze wachtkamer hebben we onze koffers en dozen uitgepakt en alles een plekje proberen te geven. Veel dingen brengen herinneringen boven aan het leven waar we nog maar zo kort geleden afscheid van hebben genomen. Wachten temidden van alles wat op een gezin afkomt in een transitie kost bergen energie en heeft meer weg van jagen dan van wachten, maar wachten is tenslotte een werkwoord. Toch hebben al die vermoeiende activiteiten niet veel met het Bijbels wachten te maken. Wachten op de Heere is echt wat anders en het wordt me steeds duidelijker dat er heel veel lessen geleerd worden in de Wachtkamer. Waarom zou God ons anders laten wachten in bepaalde periodes van ons leven? Als daar je ogen voor open gaan dan is de tijd in de wachtkamer inderdaad een zegen op zich!

Laat ik dan ook maar met die lessen op de proppen komen want dan blijft het niet alleen maar bij een mooi geestelijk praatje, hoe oprecht het ook is.

Eventuele trots en eigen eer worden helemaal onderuit gehaald. Zendelingen zijn in hun werk ook vaak ‘goede verhalen’ of ‘aansprekende plaatjes’ aan het verzamelen om bv in de nieuwsbrief te zetten of te gebruken tijdens een presentatie. De bedoeling van zo’n nieuwsbrief  of presentatie is  de achterban op de hoogte te stellen van Gods werk op het zendingsveld, maar hoe vaak zit er ook niet een stukje trots en eer bij. We hebben al maanden geen bijzondere geestelijke successen kunnen vermelden in onze nieuwsbrieven. Dat maakt je nederig en kwetsbaar, je weet immers hoe graag de achterban juist wel die bijzondere successen wil lezen. We geloven dat God ons hier heeft geroepen en daarom moeten we, als gedachten bovenborrelen van ‘wat zal de achterban wel denken?’, bedenken dat de realiteit van Gods wijze plan boven alles staat.

Op meerdere manieren maakt het verblijf in de wachtkamer ons nederig. Vorig jaar waren we nog de ‘principal en amai-principal’ van een prachtig zendings college op een rurale zendingspost, nu zijn we helemaal niks. We hebben honderden nieuwe contacten gelegd maar omdat we, door verschillende redenen, nog niet met een bepaalde bediening worden geidentificeerd, hebben we geen enkele status. Toen ik gevraagd werd of ik eventueel tijdens de zondagschool les een bekertje limonade kon schenken voelde ik me even heel klein. Degene die me vroeg had geen enkel idee van wat ik zogezegd in mijn mars heb op dat gebied. Cees werd pas na maanden gevraagd of hij evt een preekbeurt kon waarnemen, terwijl hij in Zambia naast al het college werk ook bijna elke zondag voorging. Ik ben blij met deze ervaringen. Ik groei van klein worden. God is bezig met een vormings proces. Hij is de pottenbakker, ik ben de klei.

Als je nieuwe mensen ontmoet wordt de onherroepelijke vraag altijd weer gesteld; ‘Wat doen jullie hier?’ Ik realiseer me dat het werk in Zambia ons een sterke identiteit gaf, en die hebben we op moeten geven. Je verleent jezelf nu eenmaal geen identiteit aan taal en-cultuur studie, kinderen heen weer weer naar school brengen, gaas voor de ramen timmeren, bij kaarslicht kinderen in bad doen en maaltijden koken, veld onderzoek, vergaderen en raporten schrijven. Maar waar gaat het om? Onze identiteit ligt niet in wat we doen, het ligt in wie we zijn in Christus! In Gods ogen zijn deze maanden in de wachtkamer niet waardeloos, Hij heeft het immers zelf zo voor ons bedacht. Ik moet denken aan het gedicht van Corry ten Boom over Gods borduurwerk:

Mijn leven is een weefsel                                        Als ’t weefgetouw zal rusten
Tussen mijn God en mij.                                         En de spoel schiet niet meer om,
Niet ik kies de kleuren;                                            Zal God het doek ontvouwen
Heel doelbewust werkt Hij.                                 En verklaart Hij het waarom.
Soms weeft Hij er verdriet in,                             Hoe nodig donk’re draden
En ik, door onverstand,                                          zijn in de Wevers Hand
Vergeet, Hij ziet de boven-                                    naast goud- en zilverdraden.
En ik de onderkant.                                                    Zo komt Zijn plan tot stand.

Het is bijna onnodig om te schrijven dat je door te wachten op God ook les krijgt in vertrouwen op en in Hem. Je kun niet anders. Wachten maakt je onzeker en dat heeft dan weer tot gevolg dat je je richt op de enige zekerheid en dat is God. Het gevoel zit niet altijd zo mee, daarom hebben we ook verstand erbij gekregen. Hij is onze Vader en de Bijbel laat ons zo duidelijk zien wat voor vader Hij is. Zou ik dan twijfelen aan Zijn goede bedoelingen? Weinig dingen kunnen God meer eren dan dat ik op Hem wacht. Daarmee toon ik mijn vertrouwen in Hem. Natuurlijk wordt dat vertrouwen beproefd! Twijfels komen boven en soms zou ik het liefst het eerste het beste vliegtuig naar Nederland willen nemen en daar gaan settelen alsof er helemaal geen roeping  voor het zendingsveld is. En dan fantaseer ik over alle geweldige dingen die mijn vriendinnen en hun gezinnen daar allemaal wel hebben en wij hier niet. En zie, de twijfel baart zonde. Weg ermee, bidden in plaats van fantaseren (en begeren). Een vrucht van beproeving is gebed. Gebed terwijl ik voor de zoveelste keer de kamer loop op te ruimen of de ingredienten voor de roerbakschotel sta te snijden. Met twee peuters die je heel de dag door nodig hebben zijn er niet veel stille momenten en als de laatste s avonds ligt komt mijn hele systeem ook tot stilstand. Gelukkig zit de waarde van mijn gebed niet in de lengte maar in de echtheid ervan. En wat een geweldige troost dat de Zoon en de Geest en familie en vrienden ook voor ons bidden. Voor Gods werk, door ons.  We hebben de opdracht te ‘bloeien daar waar God ons heeft geplant’, dat we dan maar mooie plantjes in de wachtkamer mogen zijn!

Mirjam 


8 februari 2012

Gek is normaal, normaal is gek…


Je zou denken dat de lokale mensen vooral opkijken van de dingen die wij anders doen als zij. Eten met vork en mes, kinderen in een wagentje, enz. Het valt me echter op dat het tegenovergestelde waar is. Het zijn juist de dingen die wij hetzelfde doen als zij, waar men van opkijkt en meestal ook commentaar op geeft. Misschien omdat de meeste blanken hier die dingen niet doen?

Ik ben een van de weinige blanke vrouwen die zelf mijn boodschappen op de markt doe. Het is niet altijd een even prettig klusje. In het regenseizoen is het een enorme vieze bende van modder en vuilnis. Toch wil ik zelf mijn eigen verse groenten zien, voor ik ze koop. Onze taal juf moest erg lachen toen ik vertelde dat een van mijn eerste zinnetjes Chechewa ‘ik wil het zelf doen’ was. De meeste buitenlanders sturen hun werker op pad. Ook op de markt wil ik het zelf doen, met mijn grote boodschappenmand langs de stalletje. De loslopende verkopers stoppen nogal eens dingen in mijn mand met de mededeling hoeveel het kost. Sorry, haal er maar weer uit, ik wil het zelf doen! (k Ben er een keer ingetrapt en thuis gekomen zag ik dat alle tomaten en aardappelen onderin rot waren.)

Verder kreeg Cees gister weer commentaar van de verkoper toen hij een 20 kilo zak maismeel kocht. “Jij, Mzungu, koopt maismeel?! Eten jullie echt Nsima?!” Ja hoor, wij zijn hele gewone mensen en wij eten ook Nsima, net als jullie. Het is zelfs het meest favoriete eten van onze kids. Als we soms bij lokale mensen eten en zij hebben hun best gedaan europees eten klaar te maken (macaroni met aardappels) dan zijn de kids teleurgesteld, waarom geen Nsima? Blijkbaar vinden veel blanken het maar niks om dat ‘behangplaksel’ te eten.

Loop ik met een kind in een doek op mijn rug (liep moet ik zeggen want ondertussen is Mozes wel een beetje te zwaar geworden daarvoor, hoewel het soms nog wel handig is, bv als hij moe is tijdens een strandwandeling aan het meer) dan wordt ik lachend na gekeken. Als een blanke zoiets doet is het blijkbaar vreselijk grappig…

Iedereen hier is blij met de fietstaxi’s, zeker tijdens deze (brandstof)crisis! Een fietstaxi is een gewone fiets met bagagedrager (als je geluk hebt zit er een kussentje op). Als ik met de jongens door onze wijk loop komen we veel van die taxi’s tegen. Bagage hangt aan het stuur, desnoods huur je een extra fietstaxi voor je bagage als je veel hebt. Veel goedkoper dan een autotaxi natuurlijk. Passagiers zullen ook zeker niet afstappen als de weg stijl omhoog gaat, je betaalt immers voor transport! Zwetend en zwoegend ploeteren de ‘chauffeurs’ de heuvels op, de modder door. Ik zou graag de gezichten van onze buren willen zien als wij, omdat de diesel op is geraakt, per fietstaxi op bezoek bij vrienden zouden gaan. 5 fietsen op een rij, Obed en Mozes kunnen wel samen op zo’n kussentje…Misschien is het nog wel eens nodig…De vraag rijst natuurlijk waarom we zelf niet gewoon fietsen. Dat zit zo, een fiets kopen, hebben, gebruiken en onderhouden is hier een fulltime job. Als je hier een fiets koopt, koop je in feite een frame want alle losse onderdelen zijn van zeer slechte kwaliteit. Die blijf je dus altijd maar weer opknappen en vervangen…(we hebben ervaring). Je zou er iemand voor in dienst kunnen hebben zeg maar. Misschien toch maar eens een keer fietsen uit Nederland verschepen. Hoewel, het is de vraag of het veilig is voor ons om hier te fietsen, helaas!


Vorige week zondag waren we in een dorpje op bezoek. Cees preekte over de vijf wijze en vijf dwaze maagden. Omdat het nog steeds veel te moeilijk ik om in de stamtaal te preken had hij een vertaler nodig. De knul die daarvoor op werd getrommeld was volgens de kerkeraad de beste kandidaat. Wat was het een struggle! (Weer zijn we met onze neus op de feiten gedrukt dat beheersing van de stamtaal een must is wil je echt wat bereiken.) Gelukkig kennen we genoeg om te horen of de vertaling klopt, of niet. Dus, toen het echt even mis ging, en Cees het zelf maar in Chechewa zei lag de hele gemeente (180 mensen in een piepklein gebouwtje) dubbel van de lach. Niet omdat hij het fout deed, maar juist omdat hij het goed deed. Snappen jullie dat nou? Wij wel, inmiddels.

31 december 2011

Oudjaar


Oudjaar
Ze zijn gelukt!! Voor het eerst na 7 jaar heb ik weer eens een oliebol gegeten, glutenvrij. Bij mij lukken de meeste dingen zolang ik geen recept, maar mijn intuitie volg. De gewone oliebollen voor de rest van het gezin zijn overigens ook gelukt. In Zambia kon je ze gewoon op de markt kopen trouwens, elke dag van het jaar. Hier heb ik ze nog niet ontdekt en de school deed ook geen oliebollen actie, zoals elk jaar in Vlissingen. Logisch, voor niet-Nederlanders hebben oliebollen en oudjaarsdag helemaal niets met elkaar te maken! Iedereen een goede jaarwisseling gewenst!

Liften
Zo doe je nog eens dingen die je niet in je hoofd zou halen normaal gesproken. Maar ons leven lijkt dan ook vaak niet helemaal normaal, eerder nomadisch. We hebben al heel wat keertjes verhuisd, heel wat keertjes autopech-in-de-rimboe gehad en heel wat keertjes op de meest vreemde plekken gelogeerd. We gingen onze spullen ophalen in Zambia. Alles ging redelijk soepel maar toen we na wat vreemde bewegingen en rare geluiden de auto aan de kant van de weg zetten zat het wiel nog maar op 2 mm vast aan de as, alle 5 de schroeven waren eraf getrild! Wat zijn we bewaard gebleven! In de bush vind je geen nieuwe of andere schroeven dus...lieten we de auto staan en stonden we met zijn zessen aan de kant van de weg te liften. En maar hopen op een auto...jawel, een kleine taxi stopte, telde en knikte. Alle passagiers die al aan boord zaten moesten voorin op 1 stoel en wij in stapeltjes van 2 op de krappe achterbank! Ruimte zat, volgens de chauffeur. In het eerst volgende stadje ben ik met de kids naar een gasthuis gegaan en is Cees op zoek naar schroeven gegaan, zonder succes dus heeft hij zich weer naar de auto terug laten brengen, heeft van de andere wielen elk 1 schroef gehaald en kwam dan toch s avonds laat bij ons aan. Onze spullen stonden aan de grens. Een heleboel stress en frustraties (over corruptie) verder hebben we dan toch onze inboedel binnen 6 dagen thuis gekregen, over een afstand van 400 km. Voor verhuizende Nederlandse dominees gaat dat iets sneller en soepeler geloof ik.

5 Dec...
7 Uur ‘s avonds  schoot het me te binnen, ‘t was 5 december! We hadden per post chocolade letters gekregen uit Nederland, die had ik bewaard voor de bewuste avond. “ Jongens, het is 5 dec vandaag...wat kan dat betekenen?” ....stilte... “Uhh, Koninginnedag?” zei Joas. Wat een Hollander! Zeker gebrek in de opvoeding? In elk geval was het 2 dagen later een paar dagen pakjes-dag toen onze spullen arriveerden. Het hele verhuis verhaal was nu compleet, de kleine boy’s hebben elk stapje meegemaakt. Ze spelen vaak ‘verhuizertje’..., maar die hadden we nou juist niet!

Kerstvakantie
De kids hebben hier Kerstvakantie, een hele maand! Om die een beetje in te vullen maakten we een plan om het ongerepte Liwonde National Park te bezoeken. In tegenstelling tot Zambia zijn hier de faciliteiten voor toeristen nog niet zo erg ontwikkeld. Met de huidige brandstof crisis zal het alleen nog maar slechter gaan. Zaterdag 24 dec trok Cees dus maar de stoute schoenen aan om te tanken, wilden we naar het park afreizen. Zeven lange saaie uren bracht hij door in de rij voor hij aan de beurt was. Gelukkig, er was nog! Zodoende zijn we 27 dec naar Liwonde gereden, een prachtige route door het land. De Great Rift Valley loopt door Malawi en wil je naar het meer of de rivier vallei dan moet je dus dat gebergte doorkruisen. Het enige fatsoelijke gasthuis bij het park is voor ons onbetaalbaar dus besloten we te kamperen. Opnieuw was ik verbaasd over zoveel heldhaftigheid van onszelf! Kamperen in Malawi betekent gewoon; bush, wilde dieren, tentje onder de boom. Niks geen electriciteit, mooie grasveldjes, hekken en sanitaire voorzieningen. Onze tent was gewoon een partytent dus een net scheidde ons van de rondgrazende nijlpaarden, oliefanten en hyena’s ’s nachts (die meestal wat achter lieten bij vertrek) en sliepen op een zandvloertje! Ideaal voor degende die snachts nodig moet, je graaft een kuilte... en zand erover. Zodra de zon op was zijn we gaan toeren, op safarie. Geweldig, de dieren, de natuur! We hebben ’s middags een boottocht over de Shire-river gemaakt. Een enorme kudde oliefanten, we telden er 47, kwam aan de oever drinken en badderen. Schitterend! Nijlpaarden en krokodillen geeuwden onverschillig terwijl we langs voeren. Zodra de zon onder ging, gingen wij ook onder...in het zand. Loeiende hippo’s hielden me lang wakker. 2 Nachtjes vond ik wel weer eventjes genoeg!

2012
Wat gaat dit jaar ons brengen? Nieuw werk, nieuwe contacten, nieuwe uitdagingen. We hopen en bidden op Gods zegen, Zijn aanwezigheid in ons leven, Zijn sturende en zegenende handen. Dat wensen we jullie ook toe. Wat kunnen we veel goede voornemens hebben...maar die weerbarstige realiteit!!! Ik leg het maar in Gods handen, Hij weet alles, weet wat ieder nodig heeft! Laten we voor elkaar blijven bidden.