23 augustus 2013

Brandwonden



We zijn nog maar twee dagen terug van ons verlof in Nederland of ik word vanuit het dorp gebeld om hulp. Een sterke wind heeft het vuur van een bakstenen oven naar een groepje kinderen gewaaid. De kinderen konden het vuur gelukkig snel uitslaan en zichzelf veilig stellen, behalve Tiya. De polyester jurk van het vijftienjarige gehandicapte meisje vatte vlam en heeft verschrikkelijke brandwonden veroorzaakt. De ouders konden geen kant op.
Onze jongens buurten even bij Tiya, zij is het meisje uiterst rechts
Tiya is niet zo goed ter been, met deze brandwonden helemaal niet. Het ziekenhuis is ver (tien kilometer). Geld voor transport is er niet, de brug naar het dorp is ook nog altijd stuk.  Ze besluiten niks te doen. Op het moment dat ik gebeld wordt is het al een week geleden. Ik haast me er naar toe. Zoiets heeft medische zorg nodig, anders kan het wel dodelijk zijn. Misschien dacht de familie dat ook wel. Een gehandicapte wordt hier toch maar als een half mens (of zelfs geen mens) gezien.

Ik worstel me door de nauwe, drukke, stoffige steegjes, de enige alternatieve route, en kom in Chinsapo. Hordes kinderen rennen achter de auto aan, roepen mijn naam en beginnen spontaan de clubliedjes te zingen. Het is een blij weerzien, maar ik maak duidelijk dat ik geen club kom doen maar Tiya kom helpen. Het arme kind ligt met hoge koorts op een bankje, een doek ligt losjes over haar heen. De moeder tilt het doek op, er komt een verschrikkelijke stank van onder. Vreselijk, wat een wonden. Samen met Grace bidden we om genezing en snel laden we Tiya en haar moeder en baby in de auto, hopend dat op deze zondagmiddag ergens nog een kliniek open is.

Op aanwijzingen van de moeder slaan we allerlei vage hobbel weggetjes in tot we inderdaad bij een kliniekje komen. Dankbaar dat er een verpleegster zit dragen we Tiya naar binnen. Ze krijgt een antibiotica injectie en haar wonden worden verbonden, wel met zo min mogelijk materiaal, alles is schaars. Dat is het dan. Ik vraag me af of ze geen verband mee krijgt of op zijn minst instructies hoe je zulke wonden zelf moet verzorgen, maar dat doet men hier niet. We brengen de patient weer thuis en zullen dus zelf maar voor de nazorg moeten zorgen. Ik koop vette gaasjes, verband, antibiotica zalf, handschoenen en verschoon de verbanden om de dag. De koorts lijkt te zakken en de wonden op haar knie zijn al aan het helen. De grote open wonden op haar bovenbeen en buik zullen nog veel meer tijd nodig hebben.

Het zal een wonder zijn als dit meisje, kostbaar in Gods ogen, dit ongeluk zal overleven gezien de onhygienische en armetierige omstandigheden waarin zij leeft. We bidden veel voor haar. Het mooiste zou zijn als ze op de een of andere manier iets van Jezus in ons mag zien en haar hart aan Hem mag geven. Ze kan niet praten maar altijd als we een Bijbellied zingen maakt ze geluid en lichten haar ogen op. “Het gebed van het geloof zal de zieke behouden en de Heere zal hem / haar weer oprichten” Jac 5:15.

Het gaat alweer wat beter met Tiya
Donderdag zijn we gelijk weer begonnen met het draaien van de twee kinderclubs. We hebben veel gezongen, een nieuw lied geleerd (Paslm 118), het verhaal van de rijke dwaas verteld (dat maakt wel wat los), vragen gesteld om de bijbelkennis op te frissen en voor de oudere kinderen had ik nog mooie uitdeel boekjes. Ze waren de koning te rijk met ieder hun eigen Bijbelverhaal. Zeker weten dat er volgende keer het dubbele aantal kinderen zit te wachten...

Ik kan meestal maar moeilijk in slaap komen als ik een dag (deel) in Chinsapo ben geweest. De trieste armoede die me dan omringt doet erg veel met me. Deze week was ik er drie keer en elke keer zag ik dronken ouders, verwaarloosde kinderen, trieste ogen, mensen zonder initiatief. Maar ook denk ik aan de schitter oogjes van Felix die zo blij was dat weer weer club deden, een dankbare moeder van Tiya die me zelfs Gods zegen wenst, een grote knul die zijn cathecismusles nog niet is vergeten, enthousiaste kinderstemmen die het nieuwe lied meezingen.

Kids met hun boekjes

“Jezus, alles geeft ik U, wat ik ben en heb en wat ik ooit zal zijn...”

Geen opmerkingen: